Getypte memo/bespreekverslag.
Origineel
Getypte memo/bespreekverslag. 7 juli 1941. Bespreking 7 Juli Ir. Nobel Hoofding. Handelsinrichtingen.
Verbod opslag levensmiddelen "im Hafen". Brandgevaar. Eventueel dispensatie voor bijvoorbeeld aardappelen?
Meel zeker niet "im Hafen" ook in Oude Dok moet aanwezige meelvoorraad tot 50% worden verminderd.
Wellicht kan in panden "am Hafen" worden opgeslagen. Hieronder behooren panden van verschillende veemen in de Van Diemenbuurt.
Op 7 Juli 1941 o.m. vrij m2
Pand Medan Houtmankade 2847
" Houtman " 7556
" Deli Nova Zemblastraat 2000
" Wampoe Van Diemenstraat 7000
Diverse panden Realengracht van Leydsche veem 26000
--------
Totaal 45403 m2
=====
Buitendien nog verschillende panden van Veemen.
Brouwersgracht, Westelijk Entrepôt Gebouwen naast Distributie-
kantoor Amstel, Uilenburgerstraat (2 panden) Bloemgracht tegenover
Lijnbaansgracht, Prinsengracht bij de Reestraat.
Informeeren bij veemen:
Blauwhoedenveem
Purperhoedenveem
Leydsche veem
Groenhoedenveem
Nederlandsche veem
Westelijk Entrepôt
Koelhuizen:
Blauwhoedenveem
I Handelskade (im Hafen)
II Hoogte Kadijk (am Hafen ?)
Nederlandsche veem (im Hafen)
in aanbouw
Abattoir (am Hafen)
Centrale Markt. * Kernproblematiek: De Duitse bezettingsautoriteiten hebben een verbod ingesteld op de opslag van vitale levensmiddelen "im Hafen" (direct in het havengebied). De reden hiervoor is het grote brandgevaar, hoogstwaarschijnlijk als gevolg van de dreiging van geallieerde bombardementen op strategische haveninstallaties.
* Producten: Meel wordt expliciet genoemd als een hoog risico; de voorraad in het Oude Dok moet zelfs gehalveerd worden. Er wordt gezocht naar dispensatie voor aardappelen.
* Logistieke oplossing: Men probeert de opslag te verplaatsen naar panden "am Hafen" (grenzend aan de haven, maar niet direct aan de kades) of naar panden elders in de stad (zoals de Prinsengracht en de Jordaan).
* Actoren: Het document noemt Ir. Nobel van de gemeentelijke Handelsinrichtingen. De grote Amsterdamse "veemen" (traditionele opslagbedrijven zoals Blauwhoedenveem en Leydsche Veem) spelen een centrale rol in het leveren van alternatieve opslagcapaciteit (ruim 45.000 m2 aan de Houtmankade, Zemblastraat en Realengracht). Dit document stamt uit de zomer van 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode steeds nijpender en stond onder streng toezicht van de Rijksdienst voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd. De haven van Amsterdam was een militair doelwit, waardoor de concentratie van essentiële voedselvoorraden in de grote cargadoorsloodsen een onacceptabel risico vormde. Het gebruik van de termen "im Hafen" en "am Hafen" duidt op de directe invloed van Duitse voorschriften op de lokale administratie. De genoemde locaties (Houtmankade, Van Diemenstraat) maken deel uit van de toenmalige Westelijke Eilanden en de Zeeheldenbuurt, gebieden die toen nog een sterke industriële en logistieke functie hadden.