Ambtelijke brief / kopie-brief.
Origineel
Ambtelijke brief / kopie-brief. 1 juli 1941. De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst, zoals de Dienst voor het Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen. VB/HG. [Handgeschreven: Verzonden 1/7]
37/58/2 M.
1
1 Juli 1941.
Verzoek Nederlandsch
Agrarisch Front.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 24 Juni jl. door het Nederlandsch Agrarisch Front tot mij gerichten brief, houdende het verzoek een lijst te verstrekken van alle hier in Amsterdam gevestigde winkeliers in aardappelen, groenten en fruit, zoo mogelijk met een afzonderlijke opgave van alle joodsche winkeliers. Een verzoek van gelijke strekking door het Nederlandsch Boerenfront is reeds vroeger door het Gemeentebestuur afgewezen (vide brief d.d. 7 December 1940 van Uw Ambtsvoorganger en het besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 29 November 1940 No. 1066 L.M.1940).
Naar ik aanneem, zal de opdracht, waarvan in den brief van het Nederlandsch Agrarisch Front wordt gesproken, niet door de Gemeentelijke Overheid zijn gegeven.
Beleefd verzoek ik U mij te willen berichten of er onder de gegeven omstandigheden aanleiding bestaat, het vroeger ingenomen standpunt te herzien.
De Directeur, Dit document is een treffend voorbeeld van de ambtelijke verwerking van de Jodenvervolging tijdens de bezetting in Nederland. De kern van de brief is het verzoek van het Nederlandsch Agrarisch Front (NAF) om een lijst van Amsterdamse groenten- en fruithandelaren, met de specifieke eis om "joodsche winkeliers" afzonderlijk te registreren.
Enkele belangrijke observaties:
* Systematische registratie: Het document illustreert de administratieve honger van collaborerende instanties naar data over joodse burgers en hun bezittingen. Dit was een cruciale stap in het proces van economische uitsluiting en latere onteigening ("Arisering").
* Toenemende druk: De directeur merkt op dat een identiek verzoek eind 1940 nog werd afgewezen door het Amsterdamse college (B&W). In juli 1941, een jaar na de start van de bezetting, vraagt hij echter of dit standpunt "herzien" moet worden. Dit wijst op de verschuiving in de ambtelijke houding onder druk van de bezetter en de groeiende invloed van nationaalsocialistische organisaties.
* Afstandelijk taalgebruik: De ambtelijke, bijna hoffelijke toon ("heb ik de eer", "Beleefd verzoek ik U") maskeert de gruwelijke implicaties van het verzoek. De brief is geschreven in een periode waarin de anti-joodse maatregelen in Nederland snel escaleerden. In de zomer van 1941 waren de eerste grote razzia's al geweest en werden joodse burgers steeds meer uit het openbare en economische leven verdrongen.
Het Nederlandsch Agrarisch Front (NAF) was een nationaalsocialistische organisatie, in 1940 opgericht door de bezetter om de Nederlandse landbouwsector "gelijk te schakelen". Het NAF stond onder leiding van NSB-prominenten. Door lijsten op te vragen van joodse winkeliers in de levensmiddelenbranche, probeerde de organisatie haar invloed uit te breiden en de distributieketen te zuiveren van joodse ondernemers, geheel in lijn met de ideologie van de bezetter. Het feit dat de gemeente Amsterdam aanvankelijk weigerde maar in juli 1941 twijfelde, toont de afnemende handelingsvrijheid van het lokaal bestuur. Gemeente Amsterdam Marktwezen NSB