Archief 745
Inventaris 745-356
Pagina 322
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtsbrief / Dienstcorrespondentie.

1 juli 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Dienst voor de Voedselvoorziening te Amsterdam). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier").

Origineel

Ambtsbrief / Dienstcorrespondentie. 1 juli 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Dienst voor de Voedselvoorziening te Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier"). [Handgeschreven in blauwe inkt bovenaan:] extra

De Directeur,

VB/HG.

37/58/2 M.
1

1 Juli 1941.

Verzoek Nederlandsch
Agrarisch Front.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 24 Juni jl. door het Nederlandsch Agrarisch Front tot mij gerichten brief, houdende het verzoek een lijst te verstrekken van alle hier in Amsterdam gevestigde winkeliers in aardappelen, groenten en fruit, zoo mogelijk met een afzonderlijke opgave van alle joodsche winkeliers. Een verzoek van gelijke strekking door het Nederlandsch Boerenfront is reeds vroeger door het Gemeentebestuur afgewezen (vide brief d.d. 7 December 1940 van Uw Ambtsvoorganger en het besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 29 November 1940 No. 1066 L.M.1940).

Naar ik aanneem, zal de opdracht, waarvan in den brief van het Nederlandsch Agrarisch Front wordt gesproken, niet door de Gemeentelijke Overheid zijn gegeven.

Beleefd verzoek ik U mij te willen berichten of er onder de gegeven omstandigheden aanleiding bestaat, het vroeger ingenomen standpunt te herzien.

De Directeur, * Kern van de zaak: De directeur van een Amsterdamse gemeentedienst rapporteert over een verzoek van het Nederlandsch Agrarisch Front (NAF). Deze collaborerende organisatie vraagt om lijsten van groente- en fruithandelaren in Amsterdam, met de expliciete eis om Joodse winkeliers apart te registreren.
* Ambtelijke weerstand: Uit de brief blijkt dat de gemeente Amsterdam een vergelijkbaar verzoek van het Nederlandsch Boerenfront in november/december 1940 nog had afgewezen. De directeur refereert aan deze eerdere besluitvorming.
* Kantelpunt: De brief markeert een kritiek moment in de bezettingstijd. De directeur vraagt aan de wethouder of het "vroeger ingenomen standpunt" (de weigering om mee te werken aan segregatie op basis van afkomst) onder de huidige "omstandigheden" herzien moet worden. Dit duidt op de toenemende druk van de Duitse bezetter en nationaalsocialistische organisaties op het Nederlandse ambtenarenapparaat. Dit document is een treffend voorbeeld van de bureaucratische voorbereiding van de Jodenvervolging in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het Nederlandsch Agrarisch Front (NAF) was een door de Duitsers ingestelde organisatie die de Nederlandse landbouw en handel volgens nationaalsocialistische lijsten moest herstructureren.

Het opvragen van dergelijke lijsten was een essentiële stap in het proces van economische uitsluiting (arisering): door Joodse winkeliers te identificeren, konden hun zaken later makkelijker worden gemarkeerd, geboycot, onteigend of gesloten. De brief toont de verschuiving van een initiële weigering door het Amsterdamse gemeentebestuur eind 1940 naar een staat van twijfel en mogelijke toegeving in de zomer van 1941, wanneer de anti-Joodse maatregelen in hevigheid toenamen.

Samenvatting

  • Kern van de zaak: De directeur van een Amsterdamse gemeentedienst rapporteert over een verzoek van het Nederlandsch Agrarisch Front (NAF). Deze collaborerende organisatie vraagt om lijsten van groente- en fruithandelaren in Amsterdam, met de expliciete eis om Joodse winkeliers apart te registreren.
  • Ambtelijke weerstand: Uit de brief blijkt dat de gemeente Amsterdam een vergelijkbaar verzoek van het Nederlandsch Boerenfront in november/december 1940 nog had afgewezen. De directeur refereert aan deze eerdere besluitvorming.
  • Kantelpunt: De brief markeert een kritiek moment in de bezettingstijd. De directeur vraagt aan de wethouder of het "vroeger ingenomen standpunt" (de weigering om mee te werken aan segregatie op basis van afkomst) onder de huidige "omstandigheden" herzien moet worden. Dit duidt op de toenemende druk van de Duitse bezetter en nationaalsocialistische organisaties op het Nederlandse ambtenarenapparaat.

Historische Context

Dit document is een treffend voorbeeld van de bureaucratische voorbereiding van de Jodenvervolging in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het Nederlandsch Agrarisch Front (NAF) was een door de Duitsers ingestelde organisatie die de Nederlandse landbouw en handel volgens nationaalsocialistische lijsten moest herstructureren.

Het opvragen van dergelijke lijsten was een essentiële stap in het proces van economische uitsluiting (arisering): door Joodse winkeliers te identificeren, konden hun zaken later makkelijker worden gemarkeerd, geboycot, onteigend of gesloten. De brief toont de verschuiving van een initiële weigering door het Amsterdamse gemeentebestuur eind 1940 naar een staat van twijfel en mogelijke toegeving in de zomer van 1941, wanneer de anti-Joodse maatregelen in hevigheid toenamen.

Kooplieden in dit dossier 3

Kistenhuur is 20.000 kisten à 20 cent per kist = Uilenburg
Pand Medan

Gerelateerde Documenten 6