Handgeschreven brief (afschrift van een memo of rapportage).
Origineel
Handgeschreven brief (afschrift van een memo of rapportage). 22 november 1940. [Bovenaan de pagina:]
Afschrift!
A'dam 22 Nov '40.
[Marge linksboven:]
Concert
MNr 1/101/2
Verzoek van Nederlandsch
Boerenfront.
[Hoofdtekst:]
W. Ed. H.
In bijlage dezer heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 20 Nov jl. door het Nederlandsch Boerenfront aan mij gerichten brief, houdende het verzoek een lijst te verstrekken van alle handelaren in aardappelen, groenten, fruit, bloemen en visch. Dergelijke opgaven zijn tot nu toe nimmer aan organisaties verstrekt; in dit verband breng ik in herinnering, dat destijds de heer P. Segers als bestuurder eener venters- en marktkoopliedenvereeniging een dergelijk verzoek heeft gedaan, hetwelk overeenkomstig Uw opdracht werd afgewezen.
Uiteraard is het opmaken van een lijst, zooals het Nederlandsch Boerenfront verlangt, een omvangrijke arbeid.
[Verticale tekst in de linkermarge:]
Ik zal gaarne per omgaande vernemen of het onderhavige verzoek al dan niet moet worden ingewilligd. Dit document is een ambtelijk schrijven uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland. De auteur (waarschijnlijk een ambtenaar van de gemeente Amsterdam of een marktwezen-instantie) informeert zijn superieur over een verzoek van het Nederlandsch Boerenfront.
De kern van de brief is een adviesvraag: moet er worden meegewerkt aan de eis van het Boerenfront om een lijst van alle handelaren in primaire levensmiddelen (aardappelen, groenten, vis) te overhandigen? De schrijver voert twee argumenten aan om dit verzoek kritisch te benaderen:
1. Precedentwerking: Een soortgelijk verzoek van een reguliere belangenvereniging (van de heer P. Segers) is in het verleden op last van de geadresseerde afgewezen.
2. Werklast: Het samenstellen van een dergelijke lijst wordt omschreven als "omvangrijke arbeid".
De toon is formeel-ambtelijk, waarbij de auteur tracht vast te houden aan bestaande procedures en eerdere besluiten om de nieuwe eisen van een nationaalsocialistische organisatie af te houden of te vertragen. * Het Nederlandsch Boerenfront (NBF): Dit was de agrarische organisatie van de NSB, opgericht in 1940. Zij probeerden tijdens de bezetting de grip op de voedselvoorziening en de handel in landbouwproducten te vergroten. In 1941 ging het NBF op in de Nederlandsche Landstand.
* Tijdsbeeld: November 1940. De bezetting is een half jaar oud. De Nederlandse bureaucreatie probeert in deze fase vaak nog te werken volgens de oude regels en wetten, terwijl pro-Duitse organisaties zoals het Boerenfront proberen hun invloed binnen het overheidsapparaat uit te breiden.
* P. Segers: Waarschijnlijk wordt hier verwezen naar een bestuurder van een Amsterdamse marktvereniging. Door naar hem te verwijzen, herinnert de schrijver de geadresseerde eraan dat het verstrekken van handelslijsten aan derden voorheen strikt verboden was vanwege privacy en concurrentieoverwegingen. H. Gemeente Amsterdam Marktwezen NSB