Handgeschreven brief.
Origineel
Handgeschreven brief. 3 november 1941. A. J. L. Schindeler (Kinkerstraat 341, Amsterdam-West). De Commissie voor Visverdeling, Amsterdam. [Linksboven in potlood:] ~~Inschrijven~~
[Rechtsboven:] Oproepen
Amsterdam, 3 November 1941.
De Commissie voor Visverdeling,
Amsterdam.
Mijne Heren,
Ondergetekende verzoekt U beleefd aandacht voor het volgende:
A. J. L. Schindeler heeft zijn zaak: Kinkerstraat 341.-
C. Schindeler heeft zijn zaak: G. Evertsenstraat 82.-
A. J. L. Schindeler kocht voor beide zaken zijn handel in de afslag of bij den grossier.
Nu is Mooijer (Punt) zijn voornaamste leverancier. Afgeloopen week heeft Schindeler gehad: 50 pond voorn en 26 pond brasem. Punt had zelf ook maar weinig.
Deze hoeveelheid is toch te weinig voor 2 winkels, met de hoge kosten daaraan verbonden.
Nu is zijn verzoek om A. J. L. Schindeler uit te schrijven uit de afslag en C. Schindeler in te schrijven.
Dat is billijkheidshalve de juiste oplossing voor de gedane aankopen op de afslag en bij den grossier.
Hopende, dat U mijn verzoek gunstig zult beoordelen en dat dit van terugwerkende kracht in werking zal treden, verblijf,
Hoogachtend,
A. J. L. Schindeler
Kinkerstraat 341
Amsterdam - W.
[Onderaan toegevoegd in handschrift:]
opgeroepen p. 12-11-41 11.30 uur
3 12/11
[Paars stempel:]
№ 46A/75/1 M. 1941 10/11 In deze brief verzoekt de vishandelaar A. J. L. Schindeler om een administratieve wijziging in de registratie bij de visafslag. De kern van het probleem is de schaarste: voor zijn twee winkels (in de Kinkerstraat en de Geert Evertsenstraat) ontving hij in een week slechts 76 pond zoetwatervis (voorn en brasem), wat onvoldoende is om de exploitatiekosten van twee zaken te dekken.
Schindeler stelt voor om de registratie op de afslag te splitsen of over te dragen aan C. Schindeler (vermoedelijk een familielid of zakelijk partner). Dit verzoek is ingegeven door de wens om de inkooprechten bij zowel de afslag als de grossier "billijk" te regelen, waarschijnlijk om zo de overlevingskansen van beide winkels te vergroten onder het vigerende distributiesysteem. De aantekeningen onderaan tonen aan dat de brief direct in behandeling is genomen; de afzender werd opgeroepen voor een gesprek op 12 november 1941. Het document dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd door de overheid via verschillende distributiecommissies en rijksbureaus. Vis was een belangrijk onderdeel van het menu omdat vlees schaars en op de bon was, maar ook de aanvoer van zeevis was door de oorlogsvoering op de Noordzee nagenoeg stilgevallen.
Handelaren waren hierdoor aangewezen op zoetwatervis (zoals de genoemde voorn en brasem) en waren volledig afhankelijk van officiële toewijzingen en registraties bij de visafslag. De bureaucratische toon van de brief en de stempels illustreren de verstikkende grip van de distributiewetgeving op de kleine zelfstandige in oorlogstijd. De vernoemde leverancier "Mooijer (Punt)" is een bekende naam in de Volendamse vishandel, die ook in Amsterdam een grote rol speelde. C. Schindeler G. Evertsenstraat L. Schindeler