Administratieve notitie / bijblad betreffende een standplaatsvergunning.
Origineel
Administratieve notitie / bijblad betreffende een standplaatsvergunning. November 1941. [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. $46^A/01/1$ 1941
DOORGEZONDEN: 10/11-'41.
[Hoofdtekst in handschrift]
Beweert jaren achtereen in versche visch te hebben gehandeld. De laatste jaren heeft hij met haringkar op alt. Cuyperstraat plaats ingenomen.
Verzoekt in het voorjaar voor toewijzing van stand in aanmerking te komen, daar hij naast haring ook gerookte aal heeft verkocht.
Nader met commissie bespreken.
[Rode markeringen midden]
$46^A/01/2$ [Letter M]
[Aantekening rechtsboven, schuin]
Afwijzen
Heeft volgens mededeeling nimmer versche visch gekocht.
13-11-'41
de Haan
[Aantekening rechtsonder, schuin]
12-11-'41
de Haan
afwijzen modelbriefje; heeft volgens Com. nimmer in versche zoetwatervisch gehandeld.
[Paraaf] 22/11 '41
[Drukwerk linksonder]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document betreft een verzoek van een vishandelaar voor een vaste standplaats in het voorjaar. De aanvrager claimt een jarenlange ervaring in de handel van "versche visch" en heeft recentelijk met een haringkar in de Cuyperstraat gestaan. Hij onderbouwt zijn aanvraag door te wijzen op het feit dat hij naast haring ook gerookte aal verkocht.
De administratieve afhandeling is echter negatief. Twee afzonderlijke ambtelijke aantekeningen (waarschijnlijk door een zekere 'de Haan') adviseren om het verzoek af te wijzen. De reden hiervoor is dat uit informatie van "de Commissie" is gebleken dat de bewering van de aanvrager onjuist is: hij zou nooit daadwerkelijk in versche (zoetwater)visch hebben gehandeld. Er wordt opdracht gegeven een "modelbriefje" (een standaard afwijzingsbrief) te sturen. Dit document stamt uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de regulering van markten en straathandel zeer strikt. Gemeentelijke instanties en marktraad-commissies controleerden streng op de achtergrond en handelsgeschiedenis van aanvragers. De "Cuyperstraat" verwijst mogelijk naar een locatie in Amsterdam (omgeving Albert Cuyp of P.J.H. Cuypersstraat), wat past bij de gebruikte administratieve modellen van grote gemeenten in die tijd. De spelling ("visch", "versche") is conform de toen geldende Marchant-spelling. M. No P.J.H. Cuypersstraat
Samenvatting
Het document betreft een verzoek van een vishandelaar voor een vaste standplaats in het voorjaar. De aanvrager claimt een jarenlange ervaring in de handel van "versche visch" en heeft recentelijk met een haringkar in de Cuyperstraat gestaan. Hij onderbouwt zijn aanvraag door te wijzen op het feit dat hij naast haring ook gerookte aal verkocht.
De administratieve afhandeling is echter negatief. Twee afzonderlijke ambtelijke aantekeningen (waarschijnlijk door een zekere 'de Haan') adviseren om het verzoek af te wijzen. De reden hiervoor is dat uit informatie van "de Commissie" is gebleken dat de bewering van de aanvrager onjuist is: hij zou nooit daadwerkelijk in versche (zoetwater)visch hebben gehandeld. Er wordt opdracht gegeven een "modelbriefje" (een standaard afwijzingsbrief) te sturen.
Historische Context
Dit document stamt uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de regulering van markten en straathandel zeer strikt. Gemeentelijke instanties en marktraad-commissies controleerden streng op de achtergrond en handelsgeschiedenis van aanvragers. De "Cuyperstraat" verwijst mogelijk naar een locatie in Amsterdam (omgeving Albert Cuyp of P.J.H. Cuypersstraat), wat past bij de gebruikte administratieve modellen van grote gemeenten in die tijd. De spelling ("visch", "versche") is conform de toen geldende Marchant-spelling.