Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 5 november 1941. W.B. Reuter, Jacob van Lennepkade 236 (bel-etage), Amsterdam. Onbekende instantie (vermoedelijk de gemeentelijke distributiedienst of een viscommissie), aangesproken als "Wel. Ed. Heer". [Marginale aantekening linksboven, potlood:]
Inschrijven
[Rechtsboven:]
Woensdag 5 – 11 – 1941
[Marginale aantekeningen rechtsboven, schuin geschreven:]
Afwijzen
nimmer verstrekt
nimmer verstrekt verhaal
[Inhoud brief:]
Wel. Ed. Heer
Daar mijn toewijzing verleden week
een Zaterdag ingetrokken is van
Zoet Watervisch, zou ik Uw Ed
beleefd doch dringender willen ver-
zoeken, mij die weer in mijn bezit
te willen geven.
Ik heb geschreven aan de Vischcentrale
te den Haag en zou in aanmerking komen
voor een toewijzing voor Zoet Watervisch
Daar den Heer Woudenberg overleden is, en
die altijd van ons de Visch kocht, wat Uw
kan informeeren, Nu hebben mijn Maats
wel die toewijzing nog, en van mij is die
ingetrokken, reden waarom ik Uw beleefd
zou willen verzoeken hem mij weer te willen
verstrekken Hoopende dat Uw Ed aan
mij verzoek zou willen voldoen teeken
bij voorbaat mijn dank zeggend
Hoogachtend
W.B. Reuter Jac. v Lennepkade
No. 236 bel * Kern van het verzoek: De schrijver, W.B. Reuter, protesteert tegen het intrekken van zijn vergunning of toewijzing voor de handel in zoetwatervis. Hij verzoekt dringend om teruggave van deze toewijzing.
* Argumentatie:
1. Hij heeft reeds contact gezocht met de landelijke Vischcentrale in Den Haag.
2. Hij voert aan dat een vaste klant, de heer Woudenberg, is overleden. Dit suggereert dat er een verschuiving in de markt of bevoorrading is waar hij recht op meent te hebben.
3. Hij wijst op ongelijkheid: zijn collega's ("Maats") hebben hun toewijzing wel behouden, terwijl de zijne is ingetrokken.
* Resultaat: De ambtelijke aantekeningen bovenin ("Afwijzen", "nimmer verstrekt") wijzen erop dat het verzoek door de betreffende instantie is afgewezen. Men stelt dat de gevraagde toewijzing nooit eerder was verstrekt of dat er geen grond is voor het verhaal. Dit document stamt uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiesysteem. De "Vischcentrale" was de officiële instantie die toezicht hield op de handel en distributie van vis.
Schaarste leidde tot strikte toewijzingen (quota) voor handelaren. Het intrekken van een dergelijke toewijzing betekende voor een kleine zelfstandige, zoals deze Reuter aan de Jacob van Lennepkade in Amsterdam, een direct verlies van inkomen. De brief toont de bureaucratische strijd van burgers om hun nering voort te kunnen zetten in een tijd van toenemende beperkingen en schaarste. W.B. Reuter