Handgeschreven ambtelijke notitie of verslag van een verhoor/bezoek.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of verslag van een verhoor/bezoek. 5 januari 1942. 5 Jan ’42
M.H. Botter en Posthumus te mijnen kantore.
-
Op Albert Cuypstraat staan
gebroeders Kusters en een zekere
“Bep” die het publiek opwekken
om niet bij nationaal-socialisten
te koopen.
Hiervan worden de dupe:
Posthumus, de gebroeders Benier en
Marie Botter-Jansen. -
Gebroeders Kusters en “Bep” krijgen
zeevisch en zoetwatervisch van
Isie Logger. Vermoeden bestaat
dat het gecamoufleerd plaats
neemt ten bate van Logger.
Kusters en Bep treden op zoolang
joden van de markt zijn. -
Posthumus beweert dat hij, niettegenstaande
hij groote zaken heeft gedaan, bij
de toewijzing dezelfde hoeveelheid
visch krijgt als Levie Riet. -
Leden van de Cie verdeeling van visch
koopen zelf buiten de verdeeling om
visch. Het document legt een reeks klachten en beschuldigingen vast die op 5 januari 1942 werden geuit door de handelaren Botter en Posthumus. De tekst biedt een inkijk in de economische en politieke fricties op de Amsterdamse markten tijdens de bezetting: -
Politieke boycot: Punt 1 beschrijft een actieve boycot van NSB-kooplieden op de Albert Cuypmarkt. De gebroeders Kusters en "Bep" worden ervan beschuldigd het publiek aan te sporen niet bij nationaalsocialisten te kopen.
- Stromanderschap: In punt 2 worden Kusters en Bep ervan beschuldigd als 'stroman' te fungeren voor Isie Logger (een Joodse naam). Dit was een bekende methode om Joodse handelsbelangen te beschermen nadat zij door de bezetter uit het economische leven waren verbannen ("zoolang joden van de markt zijn").
- Distributie-ongelijkheid: Posthumus klaagt in punt 3 over de rantsoenering. Hij vindt het onrechtvaardig dat hij, als grote handelaar, evenveel vis krijgt als Levie Riet. Dit duidt op afgunst binnen het distributiesysteem.
- Corruptie: In punt 4 wordt de integriteit van de 'Commissie (Cie) verdeeling van visch' in twijfel getrokken. Leden zouden voor zichzelf vis achterhouden buiten de officiële kanalen om. In januari 1942 was de uitsluiting van Joden uit de Nederlandse samenleving in een vergevorderd stadium. Joodse marktkooplieden waren sinds eind 1941 officieel geweerd van de reguliere markten. De schaarste aan goederen maakte de vismarkt tot een strijdtoneel waar politieke voorkeur, zwarte handel en de overlevingsdrang van Joodse ondernemers (via niet-Joodse tussenpersonen) samenkwamen. Dit document is waarschijnlijk een rapportage aan een controlerende instantie (zoals de Prijsbeheersing of de Economische controledienst) om actie te ondernemen tegen de genoemde "anti-Duitse" of "pro-Joodse" praktijken. M.H. Botter NSB
Samenvatting
Het document legt een reeks klachten en beschuldigingen vast die op 5 januari 1942 werden geuit door de handelaren Botter en Posthumus. De tekst biedt een inkijk in de economische en politieke fricties op de Amsterdamse markten tijdens de bezetting:
- Politieke boycot: Punt 1 beschrijft een actieve boycot van NSB-kooplieden op de Albert Cuypmarkt. De gebroeders Kusters en "Bep" worden ervan beschuldigd het publiek aan te sporen niet bij nationaalsocialisten te kopen.
- Stromanderschap: In punt 2 worden Kusters en Bep ervan beschuldigd als 'stroman' te fungeren voor Isie Logger (een Joodse naam). Dit was een bekende methode om Joodse handelsbelangen te beschermen nadat zij door de bezetter uit het economische leven waren verbannen ("zoolang joden van de markt zijn").
- Distributie-ongelijkheid: Posthumus klaagt in punt 3 over de rantsoenering. Hij vindt het onrechtvaardig dat hij, als grote handelaar, evenveel vis krijgt als Levie Riet. Dit duidt op afgunst binnen het distributiesysteem.
- Corruptie: In punt 4 wordt de integriteit van de 'Commissie (Cie) verdeeling van visch' in twijfel getrokken. Leden zouden voor zichzelf vis achterhouden buiten de officiële kanalen om.
Historische Context
In januari 1942 was de uitsluiting van Joden uit de Nederlandse samenleving in een vergevorderd stadium. Joodse marktkooplieden waren sinds eind 1941 officieel geweerd van de reguliere markten. De schaarste aan goederen maakte de vismarkt tot een strijdtoneel waar politieke voorkeur, zwarte handel en de overlevingsdrang van Joodse ondernemers (via niet-Joodse tussenpersonen) samenkwamen. Dit document is waarschijnlijk een rapportage aan een controlerende instantie (zoals de Prijsbeheersing of de Economische controledienst) om actie te ondernemen tegen de genoemde "anti-Duitse" of "pro-Joodse" praktijken.