Handgeschreven verzoekschrift
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift 2 december 1941 J.J. Haagedoorn [Marges boven:]
Inschrijven
afwijzing voor ruimere toew. [toewijzing]
[doorgehaald:] afwijzing
Amsterdam 2 December 1941
Wel Edele Heer [bijgeschreven:] idem als Cooyen D
Met deze verzoekt Ondergeteekende U Edele
beleefd U aandacht voor het volgende
Ondergeteekende J J Haagedoorn heeft als
georganiseerde v/d Visserij Centrale een vergunning
gekregen voor het Be en verwerken van alle soorten
Vis en schelpdieren.
En daar ondergeteekende een winkel heeft in
versche vis en gezuurde en ongezuurde mosselen
verzoekt hij in aanmerking te mogen komen
voor een grooter kwantum Vis en Mosselen
Daar ik deze artikelen thans zoo weinig ontvang
dat ik mijn kosten niet kan dekken: verzoekt onder-
geteekende U Edele beleefd voor deze verhooging
in aanmerking te mogen komen
Hopende een gunstig antwoord van U Edele
te mogen ontvangen:
verblijf ik J J Haagedoorn
Winkel Van Limburg Stirumstraat 33
Woonplaats Van Hogendorpstraat 61 II
Amsterdam
[Onderaan, stempels en handgeschreven nummers:]
№ 46A / 151 / 1 M. 1941 5/12
46A / 151 / 2 M 9/12/41 AS [initialen] In deze brief verzoekt J.J. Haagedoorn, een visboer uit Amsterdam, om een verhoging van zijn quotum voor vis en mosselen. Hij motiveert dit door aan te geven dat de huidige toewijzing zo gering is dat hij zijn bedrijfskosten niet kan dekken.
De brief is formeel en beleefd van toon, wat gebruikelijk was voor correspondentie met officiële instanties in die tijd. De administratieve aantekeningen in de marge ("afwijzing voor ruimere toew.") suggereren dat het verzoek niet is ingewilligd. Ook de verwijzing naar "idem als Cooyen" duidt op een standaardafhandeling voor vergelijkbare verzoeken van andere handelaren. Het document dateert uit december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en distributie van goederen. De "Visserij Centrale" was de instantie die toezag op de regulering van de visvangst en de toewijzing aan handelaren.
Detailhandelaren waren afhankelijk van deze centrale toewijzingen om hun winkels draaiende te houden. De Van Limburg Stirumstraat en de Van Hogendorpstraat bevinden zich in de Staatsliedenbuurt in Amsterdam-West, een buurt die destijds veel kleine middenstanders kende. De economische druk op deze kleine ondernemers was groot door de rantsoenering en de beperkte aanvoer van producten. J.J. Haagedoorn
Samenvatting
In deze brief verzoekt J.J. Haagedoorn, een visboer uit Amsterdam, om een verhoging van zijn quotum voor vis en mosselen. Hij motiveert dit door aan te geven dat de huidige toewijzing zo gering is dat hij zijn bedrijfskosten niet kan dekken.
De brief is formeel en beleefd van toon, wat gebruikelijk was voor correspondentie met officiële instanties in die tijd. De administratieve aantekeningen in de marge ("afwijzing voor ruimere toew.") suggereren dat het verzoek niet is ingewilligd. Ook de verwijzing naar "idem als Cooyen" duidt op een standaardafhandeling voor vergelijkbare verzoeken van andere handelaren.
Historische Context
Het document dateert uit december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en distributie van goederen. De "Visserij Centrale" was de instantie die toezag op de regulering van de visvangst en de toewijzing aan handelaren.
Detailhandelaren waren afhankelijk van deze centrale toewijzingen om hun winkels draaiende te houden. De Van Limburg Stirumstraat en de Van Hogendorpstraat bevinden zich in de Staatsliedenbuurt in Amsterdam-West, een buurt die destijds veel kleine middenstanders kende. De economische druk op deze kleine ondernemers was groot door de rantsoenering en de beperkte aanvoer van producten.