Zakelijke correspondentie (een brief en een concept/afschrift van een begeleidende brief).
Origineel
Zakelijke correspondentie (een brief en een concept/afschrift van een begeleidende brief). 25 juli 1918 en 8 augustus 1918. De Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. ### Document 1 (Rechterpagina - Brief aan het Postkantoor)
Nº 4037 M. 1918. [gestempeld in paars]
[Rechtsboven:] H.
Amsterdam 25 Juli 1918
Den Heer Directeur van het Postkantoor
te Amsterdam
Aan de Vereeniging „Groenten Centrale” werd op 21
Juni 1918 een brief gezonden aan mijn adres.
Ofschoon de enveloppe te Amsterdam is afgestempeld
op 22-6-1918 tusschen 1 à 2 v. werd deze brief mij eerst
op 23 Juli l.l. bezorgd.
Daar deze vertraging tot zeer veel moeilijkheden
aanleiding gegeven heeft verzoek ik U wel een nauw-
keurig onderzoek naar den oorzaak dezer vertraging te
willen doen instellen, waarna ik gaarne het resultaat
zal vernemen.
DE DIRECTEUR VAN [stempel]
HET MARKTWEZEN [stempel]
Document 2 (Linkerpagina - Concept/Begeleidend schrijven)
[Linksboven in de marge:] F nº 77542
[Rechtsboven:] Ms. Gp. 8 Augs 1918
Aan de directie
van het Rijkskantoor
voor groenten en fruit.
Naar aanleiding van Uw schrijven
d.d. 27 Juli l.l. W: 973 en in vervolg op
het onze d.d. 22 Juli l.l. Nº M 3967 heb
ik de eer U hierbij in afschrift
te overleggen het door mij ontvangen
antwoord van den heer Directeur van
het Postkantoor op mijn klacht
betreffende de te late bezorging
van Uw brief waarin zich Uw chèque
op de Nederlandsche Handel Maatschappij
bevond.
De conclusie waartoe genoemde Directeur
komt schijnt mij alleszins aannemelijk toe.
Waar ten slotte een en ander in het gerede
is gekomen meen ik hiermede de
onderhavige quaestie als afgedaan te
mogen beschouwen.
Dr. [paraaf]
--- De documenten vormen een dossier over een administratieve fout bij de postbezorging. De kern van de zaak is een brief die op 21 juni 1918 werd verzonden en pas op 23 juli 1918 werd bezorgd, ondanks een poststempel van 22 juni. Deze vertraging van meer dan een maand was problematisch omdat de brief een cheque bevatte van de Nederlandsche Handel Maatschappij.
De brief op de rechterpagina is de formele klacht van de Directeur van het Marktwezen aan de directeur van het Amsterdamsche postkantoor. De linkerpagina toont de afwikkeling: de Directeur van het Marktwezen stuurt een kopie van het antwoord van de post (waarin waarschijnlijk een verklaring werd gegeven) naar het Rijkskantoor voor groenten en fruit. Hij beschouwt de zaak hiermee als afgehandeld ("in het gerede gekomen").
--- Deze correspondentie vindt plaats in de laatste maanden van de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal was, had de oorlog grote invloed op de voedselvoorziening en distributie. Het Rijkskantoor voor groenten en fruit was een overheidsinstantie die tijdens de oorlogsjaren toezicht hield op de productie en distributie van levensmiddelen, vaak gepaard gaand met rantsoenering en prijsbeheersing. De "Groenten Centrale" en het Marktwezen speelden hierin een centrale uitvoerende rol.
De vertraging van een cheque in dit systeem kon leiden tot stagnatie in de keten van voedseldistributie, wat de ernst van de klacht verklaart. De vermelding van de Nederlandsche Handel Maatschappij (een voorloper van de huidige ABN AMRO) onderstreept de formele financiële afwikkeling tussen deze instanties.