Concept-brief (minuut) met handgeschreven correcties.
Origineel
Concept-brief (minuut) met handgeschreven correcties. 10 september 1918. Onbekend (mogelijk een overheidsinstantie of juridisch adviseur gezien de verwijzing naar het Rijkskantoor). Noot: Doorgehaalde tekst is tussen [vierkante haken] geplaatst.
No: 4311 Min. [onleesbare initialen]
A’dam, 10 September 1918
Aan de Ver. van Grossiers in Eieren
te Amsterdam
Heerengracht 8
[Kom de onjuistheid,]
[de inhoud van] Dientengevolge bericht ik U, dat de [Uw schrijven dato 7 dezer] [verstrekking] mij ten hoogste bevreemd.
Naar aanleiding van Uw schrijven dato 16 Aug. jl. heb ik het Rijkskantoor voor Pluimvee en Eieren [onder overlegging van Uw brief] onder overlegging van Uw schrijven met de daarin behandelde aangelegenheid in kennis gesteld, met verzoek zijn bemiddeling te willen verleenen tot het uit den weg ruimen van het geschil.
[Hier is Uw schrijven 7 Sept jl.]
Blijkens een door mij ontvangen schrijven heeft het Rijkskantoor aan mijn verzoek voldaan en bericht dat de Roermondsche Eiermijn thans (dus nadat het Rijkskantoor zich met de bewuste zaak heeft beziggehouden) met een schadevergoeding van f 60.- genoegen neemt.
Een uitlating [als:] “zonder meer voorbijgaan van Uw weerlegging en blijkbaar” Dit document is een kladversie (minuut) van een zakelijke brief. De vele doorhalingen en tekstwijzigingen laten zien hoe de schrijver worstelt met de juiste formulering, met name in de openingsalinea waar de term "bevreemd" (verbaasd/bevreemdend) wordt gebruikt als reactie op een eerdere mededeling van de vereniging.
De kern van de brief is de rapportage over een succesvolle bemiddeling. Naar aanleiding van een klacht van de eiergrossiers uit augustus 1918, heeft de schrijver het Rijkskantoor ingeschakeld om een conflict met de Eiermijn in Roermond op te lossen. De uitkomst is concreet: de Roermondse partij gaat akkoord met een schikking van 60 gulden aan schadevergoeding. De laatste zin van het document breekt af en lijkt een citaat te zijn uit een brief van de tegenpartij die de schrijver wil pareren. Het document dateert uit september 1918, de laatste maanden van de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal was, was de economie volledig ontregeld. De overheid had diverse "Rijkskantoren" opgericht (zoals het hier genoemde Rijkskantoor voor Pluimvee en Eieren) om de distributie, prijzen en handel van schaarse levensmiddelen te reguleren en te controleren.
In deze periode waren eieren een kostbaar goed en de handel was aan strikte regels gebonden. Geschillen tussen regionale producenten/veilingen (zoals de Roermondsche Eiermijn) en de stedelijke handelaren (de Amsterdamse Grossiersvereniging) waren in deze crisistijd aan de orde van de dag, waarbij overheidsinstanties vaak optraden als arbiter om de voedselvoorziening niet in gevaar te brengen. f 60,- was in 1918 een aanzienlijk bedrag (vergelijkbaar met ongeveer de helft van een gemiddeld maandsalaris van een arbeider).