Zakelijke correspondentie (brief).
Origineel
Zakelijke correspondentie (brief). 6 september 1918. Vereeniging van Grossiers in Eieren, Amsterdam. Directie van het Marktwezen, Amsterdam. [Briefhoofd stempel/druk:]
Nº 4311 M. 1918. 7/9
VEREENIGING VAN
GROSSIERS IN EIEREN.
TELEFOON CENTRUM 565.
AMSTERDAM, 6 Sept. '18. 19..
HEERENGRACHT 8.
KANTOORUREN: 9-12 / 1 ½-5
[Adres:]
Aan de Directie van het Marktwezen,
AMSTERDAM.
[Inhoud:]
Myne Heeren,
Hiermede erkennen wy de ontvangst van Uw schryven dd. 4 dezer No.4311 inzake het door de Coop.Roerm.Eiermyn afgehouden bedrag ad F.84,30 voor schadevergoeding.
Deze aangelegenheid zal morgen op de bestuursvergadering onzer vereeniging worden behandeld en zullen wy U daaromtrent nader berichten.
Hoogachtend,
VEREENIGING VAN GROSSIERS IN EIEREN.
[Signatuur:] J. L. Duffelaar (?) * Onderwerp: De brief betreft een ontvangstbevestiging van een eerdere correspondentie (gedateerd 4 september 1918) over een financiële kwestie.
* Kern van het geschil: Er is een bedrag van 84,30 gulden ingehouden door de "Coop. Roerm. Eiermyn" (Coöperatieve Roermondse Eiermijn) als schadevergoeding. De vereniging van grossiers moet hierover nog een besluit nemen.
* Status: Het is een processtuk waarin uitstel wordt gevraagd; de kwestie wordt geagendeerd voor de bestuursvergadering van de volgende dag.
* Taalgebruik: Typisch zakelijk-formeel Nederlands uit het begin van de 20e eeuw (bijv. "dd." voor de dato, "dezer" voor deze maand, en de spelling van "myne" en "schryven" met een 'y'). Dit document stamt uit het laatste jaar van de Eerste Wereldoorlog (1918). Hoewel Nederland neutraal was, was de voedselvoorziening en distributie streng gereguleerd door de overheid en marktinstanties om schaarste en woekerprijzen te voorkomen.
De Directie van het Marktwezen in Amsterdam hield toezicht op de handel. De Coöperatieve Roermondse Eiermijn was een cruciaal knooppunt voor de eierhandel in Nederland (Limburg was een groot productiegebied). Dat een Amsterdamse vereniging van grossiers correspondeert over een inhouding door een mijn in Limburg, duidt op de nationale schaal van de eierdistributie en de juridische/administratieve afwikkeling van geschillen in de keten tussen producent (de mijn) en de handel (de grossiers). De brief laat zien hoe gestructureerd de belangenbehartiging van handelaren destijds georganiseerd was via verenigingen.