Brief (rapportage/verklikking)
Origineel
Brief (rapportage/verklikking) 14 augustus 1918 Onbekend (ondertekening onduidelijk, mogelijk een opsporingsambtenaar of controleur) [Links boven, stempel/geschreven:]
Nº 4348 M. 1918
[Rechts boven:]
Amsterdam 14 Aug. 18
[Midden:]
Den Heer Directeur v/h Gemeentel.
Distributie bedrijf te Zaandam
[Marginale notitie links:]
f. Gemeente Zaandam
/ daarvan
[Hoofdtekst:]
Naar mij wordt medegedeeld
worden door een zekere de Ridder,
wonende Groote IJpolder, achter de
Westerbegraafplaats aardappelen
verkocht aan verschillende personen
die zich te zijner huize vervoegen.
De verkoop geschiedt bij kleine
hoeveelheden tegelijk bijv. 5 à 10
kg.
Het is wellicht gewenscht dat
Uwerzijds wordt nagegaan in hoeverre
hier overtredingen van bestaande bepalingen
plaats vinden, reden waarom ik mij mede
verplicht te acht [of: zie] U een en ander ter
kennis te brengen.
Vermoedelijk worden ook nog
door anderen in dezelfde omgeving
dergelijke verkoopen gedaan.
Het zal mij aangenaam zijn omtrent
het resultaat van Uwe bemoeiingen ter
zake bericht te ontvangen, waarvoor
ik U bij voorbaat dank zeg.
[Handtekening:]
(Onleesbaar) De brief is een formele melding van mogelijke illegale handel in aardappelen. De schrijver wijst de directeur van het distributiebedrijf op een specifieke persoon, een zekere "de Ridder", die vanuit zijn woning in de Groote IJpolder (nabij de Westerbegraafplaats) aardappelen verkoopt aan particulieren. De nadruk ligt op het feit dat dit in kleine hoeveelheden (5 tot 10 kg) gebeurt en mogelijk de distributiewetgeving overtreedt. De toon is zakelijk en ambtelijk, waarbij de schrijver vraagt om een onderzoek en terugkoppeling over de resultaten daarvan. De schrijver suggereert tevens dat er in diezelfde omgeving meer van dergelijke praktijken plaatsvinden. Dit document stamt uit augustus 1918, de laatste fase van de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal was, heerste er door de internationale blokkades een enorme schaarste aan voedsel en brandstof. Om de schaarse goederen eerlijk te verdelen, was de Distributiewet van kracht en werkten gemeenten met distributiebonnen.
De handel buiten het officiële distributiesysteem om werd beschouwd als "sluikhandel" of "zwarte handel". Aardappelen waren een essentieel volksvoedsel; tekorten hieraan leidden in 1917 al tot het beroemde Aardappeloproer in Amsterdam. Meldingen zoals in deze brief waren in die tijd aan de orde van de dag, omdat de overheid streng probeerde toe te zien op de naleving van de rantsoenering om sociale onrust en woekerprijzen te voorkomen. De locatie, de Groote IJpolder, lag destijds op de grens tussen de gemeenten Amsterdam en Zaandam, wat verklaart waarom de brief vanuit Amsterdam naar de directeur in Zaandam is gestuurd.