Afschrift van een telegram.
Origineel
Afschrift van een telegram. 19 augustus 1918 (19/8/'18). Regeeringscommissaris Noord-Holland (ondertekend: Driessen). De Burgemeester van Amsterdam. [Handgeschreven, linksboven:]
no 4578 M 1918
No 1094 Ru
no 4578 M 1918
[Getypt:]
Afschrift Telegram
19/8/'18
den Burgemeester van Amsterdam
No. 64 R.C.
In verband algeheel vervoerverbod neergelegd in beschikking Minister Landbouw voorkomende in Staatscourant 192 verzoek ik U dringend door Politie vervoer geheel te beletten en by minste overtreding over te gaan tot inbezitneming met inachtneming myn circulaire 64
Regeeringscommissaris Noord Holland
get. Driessen
[Stempel, rechtsonder:]
GEMEENTE SECRETARIE
*
AFDEELING LEVENSMIDDELEN
[Wapen van Amsterdam met drie kruizen]
[Handgeschreven, linksonder:]
Aan de Heer Burgemeester
in Noord-Holland * Onderwerp: Handhaving van een algeheel vervoerverbod op landbouwproducten.
* Inhoud: De Regeeringscommissaris instrueert de Burgemeester van Amsterdam om met behulp van de politie elk transport strikt te verbieden, conform een ministeriële beschikking gepubliceerd in de Staatscourant (nr. 192). Bij overtreding moet de politie direct overgaan tot inbeslagname ("inbezitneming") van de goederen, waarbij verwezen wordt naar een eerdere instructie (circulaire 64).
* Administratieve sporen: De diverse handgeschreven nummers ("4578 M 1918") en het stempel van de "Afdeeling Levensmiddelen" wijzen op een zorgvuldige archivering binnen de Amsterdamse bureaucratie tijdens de oorlogsjaren. Op de achtergrond is een vage tekst zichtbaar van een eerdere correspondentie (gedateerd 22 april 1918) betreffende de "Rijksgraanverzameling", wat duidt op papierschaarste of het gebruik van doorslagen. Dit telegram stamt uit de slotfase van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Hoewel Nederland neutraal was, heerste er door de internationale blokkades een enorme schaarste aan voedsel en brandstof. De overheid stelde de "Distributiewet 1916" in werking om de schaarse middelen eerlijk te verdelen en woekerprijzen op de zwarte markt tegen te gaan.
Het hier genoemde "algeheel vervoerverbod" was een draconische maatregel om te voorkomen dat boeren of handelaren hun producten buiten de officiële kanalen (de Rijksinkoopbureaus) om verkochten. De "Regeeringscommissaris" was in deze periode een machtig ambtenaar die toezag op de uitvoering van deze crisismaatregelen per provincie. Dat dit document bij de "Afdeeling Levensmiddelen" terechtkwam, is logisch: zij waren verantwoordelijk voor de lokale voedselvoorziening en distributie in Amsterdam, die in de zomer van 1918 onder grote druk stond.