Getypte brief (doorslag op administratief papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag op administratief papier). 4 maart 1941 (verzonden op 5 maart 1941). De Directeur van een gemeentelijke dienst (waarschijnlijk het Kaartenkantoor/Distributiedienst). Handgeschreven naam rechtsboven lijkt "W. Müller". (Handgeschreven rechtsboven:)
W. Müller
Kaartenkantoor
(Handgeschreven middenboven:)
Verzonden 5/3
(Getypt:)
D/HG.
den Heer Blom,
Aalsmeerweg 45 hs,
Amsterdam-West.
Wijk 26B.
53/5/2 M. 1 4 Maart 1941.
Naar aanleiding van Uw brief, ingekomen op 28 Februari
jl. deel ik U mede, dat U tegen afgifte van bijgaande kwitantie,
die door U moet worden onderteekend, een bedrag van ƒ 1,- geres-
titueerd kunt krijgen bij den kassier van mijn dienst, Jan van
Galenstraat 14.
Desgewenscht kunt U deze kwitantie ook in betaling geven
op het kaartenkantoor van mijn dienst ter betaling van entrée-
geld voor een der eerstkomende maanden.
De Directeur, * Inhoud: De brief informeert de heer Blom dat hij een bedrag van 1 gulden terugkrijgt naar aanleiding van een eerder schrijven. Hij heeft twee opties: het bedrag contant ophalen bij de kassier op de Jan van Galenstraat of de bijgesloten kwitantie gebruiken als betaling voor toekomstig "entrée-geld".
* Taal en Stijl: De stijl is strikt formeel en ambtelijk ("deel ik U mede", "tegen afgifte van", "desgewenscht"). Er wordt gebruikgemaakt van de toenmalige spelling (onderteekend, entrée-geld).
* Administratieve context: De vermelding "Wijk 26B" is cruciaal; Amsterdam was tijdens de oorlog voor de distributie onderverdeeld in wijken om de uitgifte van bonkaarten en persoonsbewijzen te stroomlijnen.
* Fysieke staat: De doorslag is gemaakt op dun, kwalitatief minderwaardig papier, wat typerend is voor de oorlogsadministratie waarin zuinigheid met materialen geboden was. Dit document stamt uit het eerste volledige oorlogsjaar (1941) van de Duitse bezetting in Nederland. De Jan van Galenstraat 14 in Amsterdam was het adres van het Centraal Distributiekantoor. In deze periode werd het distributiestelsel steeds complexer; burgers moesten voor vrijwel alle levensmiddelen en goederen bonkaarten hebben.
Het "entrée-geld" waarover gesproken wordt, had waarschijnlijk betrekking op de administratieve kosten voor de verstrekking van deze distributiestamkaarten of bonnen. Hoewel 1 gulden tegenwoordig weinig lijkt, was het destijds een substantieel bedrag voor een administratieve handeling (ter vergelijking: een brood kostte destijds ongeveer 20 cent). De brief toont de bureaucratische precisie waarmee zelfs kleine bedragen in het systeem werden verwerkt.