Administratief bijblad / dossierblad met handgeschreven notities.
Origineel
Administratief bijblad / dossierblad met handgeschreven notities. [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 53 9/1 19[3]41 (het cijfer 3 is overschreven met een 1)
DOORGEZONDEN: 19/3 - '41
[Linkerzijde, grote letters]
Verkooperskaart
OP. uitgereikt?
(met een pijl naar het midden en initialen/krabbel eronder, mogelijk "HB")
[Centrum / Rechts, handgeschreven]
opvragen brief
terug 20/3-41
[In rood potlood/krijt]
53 / 9 / 2 17 (mogelijk een dossier- of archiefnummer)
[Midden onder de eerste regel]
door haar behandeld 21/3/41
opvragen bij V.J. - 41
opvragen 30/4-41
opb. 1/5-41 (mogelijk: opgeborgen)
[Rechtsonder]
nog geen kaart
van C.M. gehad.
30/4-41
[Paraaf, mogelijk "SJP"]
[Voetnoot links]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document fungeert als een "routing slip" of opvolgingsvel voor een dossier. De centrale vraag lijkt te zijn of er een "Verkooperskaart" (een handelsvergunning of machtiging voor een verkoper) is uitgereikt. De verschillende data tonen een administratief proces dat loopt van 19 maart tot 1 mei 1941.
Er is sprake van interne correspondentie: een brief wordt opgevraagd, er wordt gewacht op antwoord van "C.M." (mogelijk een afkorting voor een Centraal Magazijn of een specifieke functionaris), en er wordt meermaals gerappelleerd ("opvragen"). De rode markering duidt vaak op een registratie in een specifiek register of een prioritering door een archivaris of dossierbeheerder. De datum (voorjaar 1941) plaatst dit document in de periode van de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens deze periode werd de economie strak gereguleerd en waren voor veel beroepen en handelsactiviteiten specifieke vergunningen of kaarten nodig (distributie-economie). Het gebruik van "Alg. Zaken Model No. 14" wijst op een standaardformulier van het Ministerie van Algemene Zaken of een daarmee verbonden overheidsdienst. De bureaucratische nauwkeurigheid in de aantekeningen is typerend voor de Nederlandse administratie die onder de bezettingsmacht bleef functioneren. M. No
Samenvatting
Het document fungeert als een "routing slip" of opvolgingsvel voor een dossier. De centrale vraag lijkt te zijn of er een "Verkooperskaart" (een handelsvergunning of machtiging voor een verkoper) is uitgereikt. De verschillende data tonen een administratief proces dat loopt van 19 maart tot 1 mei 1941.
Er is sprake van interne correspondentie: een brief wordt opgevraagd, er wordt gewacht op antwoord van "C.M." (mogelijk een afkorting voor een Centraal Magazijn of een specifieke functionaris), en er wordt meermaals gerappelleerd ("opvragen"). De rode markering duidt vaak op een registratie in een specifiek register of een prioritering door een archivaris of dossierbeheerder.
Historische Context
De datum (voorjaar 1941) plaatst dit document in de periode van de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens deze periode werd de economie strak gereguleerd en waren voor veel beroepen en handelsactiviteiten specifieke vergunningen of kaarten nodig (distributie-economie). Het gebruik van "Alg. Zaken Model No. 14" wijst op een standaardformulier van het Ministerie van Algemene Zaken of een daarmee verbonden overheidsdienst. De bureaucratische nauwkeurigheid in de aantekeningen is typerend voor de Nederlandse administratie die onder de bezettingsmacht bleef functioneren.