Archief 745
Inventaris 745-361
Pagina 112
Dossier 100
Jaar 1941
Stadsarchief

Officieel extract uit het Boek der Besluiten.

4 april 1941.

Origineel

Officieel extract uit het Boek der Besluiten. 4 april 1941. [Handgeschreven bovenin:]
No. 53/8/4 M. 10/4 41 1 3/4
Markt

No. 54/4 L.M.1941.
Restitutie van entréegeld Centrale Markt.

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
den Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
Vrijdag, 4 April 1941.

Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
De Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen d.d. 21 Maart 1941, No. 53/8/2 M.;
Gelet op art. 36 van de Verordening op de heffing van markt-standplaats - en ventgelden;

B e s l u i t :

op grond van billijkheid aan de Wed. A. Stoel-Pel, van Rensselaerstraat 31^II teruggave van betaald entréegeld op de Centrale Markt te verleenen tot een bedrag groot ƒ 7.50.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks) en Financiën (2 stuks).
JB.
A [geparafeerd]

Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN Dit document is een formeel administratief besluit van het Amsterdamse stadsbestuur tijdens de vroege jaren van de Duitse bezetting. Het betreft een zeer specifiek geval: de terugbetaling van 7,50 gulden aan een burger, de weduwe A. Stoel-Pel.

De tekst volgt een strikt juridische en ambtelijke structuur:
1. Aanleiding: Een voorstel van de betreffende wethouder.
2. Rechtsgrond en Bewijsvoering: Verwijzing naar een rapport van de marktdienst en een specifieke verordening.
3. Het Besluit: De toekenning van de restitutie op basis van "billijkheid" (redelijkheid), wat suggereert dat er geen strikt wettelijk recht op was, maar dat de situatie een uitzondering rechtvaardigde.
4. Distributie: De vermelding van aan wie afschriften zijn gestuurd, toont de bureaucratische controle aan. Bestuur onder bezetting: In april 1941 was de politieke situatie in Amsterdam ingrijpend gewijzigd. Na de Februaristaking (1941) was de gemeenteraad ontbonden. De stad werd bestuurd door een 'regeeringscommissaris' (op dat moment de pro-Duitse Edward Voûte), die de bevoegdheden van zowel de burgemeester als de raad overnam. Dit verklaart de term "Besluiten van den Regeeringscommissaris".

De Centrale Markt: De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was de spil van de voedselvoorziening. Toegang tot het terrein was gereguleerd en vereiste betaling (entréegeld). In een tijd van toenemende schaarste en distributie was de controle op de markt van cruciaal belang.

Sociaal-economisch: Een bedrag van ƒ 7,50 was in 1941 een significant bedrag voor een particulier (het gemiddelde weekloon lag rond de 25-30 gulden). Dat een dergelijk besluit op het hoogste bestuursniveau (de commissaris) genomen moest worden, illustreert de verregaande centralisatie en bureaucratisering van het dagelijks leven tijdens de oorlogsjaren. De aanvrager woonde in de Van Rensselaerstraat 31, een straat in de buurt van de markt in Amsterdam-West.

Samenvatting

Dit document is een formeel administratief besluit van het Amsterdamse stadsbestuur tijdens de vroege jaren van de Duitse bezetting. Het betreft een zeer specifiek geval: de terugbetaling van 7,50 gulden aan een burger, de weduwe A. Stoel-Pel.

De tekst volgt een strikt juridische en ambtelijke structuur:
1. Aanleiding: Een voorstel van de betreffende wethouder.
2. Rechtsgrond en Bewijsvoering: Verwijzing naar een rapport van de marktdienst en een specifieke verordening.
3. Het Besluit: De toekenning van de restitutie op basis van "billijkheid" (redelijkheid), wat suggereert dat er geen strikt wettelijk recht op was, maar dat de situatie een uitzondering rechtvaardigde.
4. Distributie: De vermelding van aan wie afschriften zijn gestuurd, toont de bureaucratische controle aan.

Historische Context

Bestuur onder bezetting: In april 1941 was de politieke situatie in Amsterdam ingrijpend gewijzigd. Na de Februaristaking (1941) was de gemeenteraad ontbonden. De stad werd bestuurd door een 'regeeringscommissaris' (op dat moment de pro-Duitse Edward Voûte), die de bevoegdheden van zowel de burgemeester als de raad overnam. Dit verklaart de term "Besluiten van den Regeeringscommissaris".

De Centrale Markt: De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was de spil van de voedselvoorziening. Toegang tot het terrein was gereguleerd en vereiste betaling (entréegeld). In een tijd van toenemende schaarste en distributie was de controle op de markt van cruciaal belang.

Sociaal-economisch: Een bedrag van ƒ 7,50 was in 1941 een significant bedrag voor een particulier (het gemiddelde weekloon lag rond de 25-30 gulden). Dat een dergelijk besluit op het hoogste bestuursniveau (de commissaris) genomen moest worden, illustreert de verregaande centralisatie en bureaucratisering van het dagelijks leven tijdens de oorlogsjaren. De aanvrager woonde in de Van Rensselaerstraat 31, een straat in de buurt van de markt in Amsterdam-West.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 100