Ambtelijk bijblad/notitieformulier (Alg. Zaken Model No. 14).
Origineel
Ambtelijk bijblad/notitieformulier (Alg. Zaken Model No. 14). [Linksboven in stempelkader]
B I J B L A D V A N :
M. No. 53 / 41 / 1 1941
DOORGEZONDEN: 21/7
[Rechtsboven handgeschreven]
23/7/41 HB
53/41/2
[Midden, handgeschreven tekst]
opvragen brief terug
H. Bekker is bekend. 1 Kind 11 jr 23/7 - '41
momenteel in de werkverschaffing
geen [?] werk verricht. Volk is chauffeur.
[Onderstreept in rode inkt]: Tewerkstellingskaart verstrekt. 27/7-'41
[Midden, groot in potlood]
opbergen
[Notities onder de rode lijn]
vs 25/7 - '41
[Rechtsonder in rode inkt]
Dir.
Er zouden toch geen kaarten meer worden uitgereikt?
Waarom deze dan wel?
[paraaf] 25/7 '41
[Linksonder handgeschreven paraaf]
[onleesbaar] 24/7 '41 as
[Linksonder gedrukte tekst]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document legt een ambtelijke discussie vast over de verstrekking van een officieel bewijs aan een individu genaamd H. Bekker. Bekker wordt omschreven als een chauffeur die werkzaam is in de "werkverschaffing" (sociale werkvoorziening voor werklozen).
De kern van de notitie is de administratieve onenigheid over het uitreiken van een 'tewerkstellingskaart'. Terwijl een ambtenaar noteert dat de kaart op 27 juli is verstrekt, reageert een leidinggevende (aangeduid als "Dir.") in rode inkt met een kritische vraag: er was blijkbaar een afspraak of beleidswijziging dat dergelijke kaarten niet meer uitgegeven mochten worden. Het woord "opbergen" in groot potloodschrift geeft aan dat het document daarna is gearchiveerd. Het document dateert van juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De "werkverschaffing" was in die tijd een cruciaal instrument voor de overheid om grip te houden op de arbeidsmarkt en de bevolking. Administratieve documenten zoals tewerkstellingskaarten waren essentieel voor burgers om hun status aan te tonen en voor de bezetter om de inzet van arbeidskrachten te reguleren. De bureaucratische precisie en de interne controle (zoals de opmerking van de directeur) zijn typerend voor de Nederlandse administratie die onder de bezettingsmacht bleef doorfunctioneren. H. Bekker M. No