Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). P. van Aalst (geboren 31-08-1913), wonende aan de Kinkerstraat 116-II, Amsterdam. Directeur van het Centraal Marktwezen, Amsterdam. N° 53/46/1 M. 1941 30/7
Amsterdam 29 Julie 1941
Aan den Weled Gestrenge Heer
Directeur van het centralen marktwezen
Weled Gestrenge Heer.
Met deze neem ik beleefd de vrijheid Uwe Edele lastig te vallen, aangaande een verzoek, namelijk of Uwe Edele mijn een kruiers vergunning zou willen toe wijzen, omdat ik met de oorlog zonder werk ben gekomen en nu eenigen maanden voor diversen marktlii verschillend werk doe maar niet op de markt kan komen aangezien ik niet in het bezit ben van een kruierskaart waarvan ik geldelijk dan veel schade heb. Verders kan ik Uwe Edele zeggen dat ik van mijn vorigen patroons goede getuigen schiften heb o.a. eerlijkheid gedrag enz. en nog nooit met de rechtelijken macht in aanraking ben geweest.
Hier mede neem ik beleefd de vrijheid Uwe Edele bij voorbaat vast te bedanken voor Uwe welwillende medewerking.
Uwe dienstwilligen dienaar
P van Aalst Geb: 31. 8. 13. te Amsterdam
Kinkerstraat 116 II A.dam. * Taal en Stijl: De brief is geschreven in een formele, ietwat onderdanige toon die gebruikelijk was voor officiële correspondentie met de overheid in die tijd. De schrijver hanteert archaïsche aanspreekvormen zoals "Weled Gestrenge Heer" en "Uwe Edele".
* Inhoud: De afzender, P. van Aalst, vraagt om een kruiersvergunning (een officiële toestemming om als sjouwer of hulp op de markt te werken). Hij motiveert dit verzoek door te wijzen op zijn werkloosheid als gevolg van de oorlogsomstandigheden. Hij benadrukt zijn goede karakter door te verwijzen naar getuigschriften van vorige werkgevers en het feit dat hij een blanco strafblad heeft ("nooit met de rechtelijken macht in aanraking ben geweest").
* Handschrift: Het handschrift is een vlot, geoefend schuinschrift (Latijns schrift), typerend voor het onderwijs in de vroege 20e eeuw. Er zitten enkele kleine spelfouten in ("marktlii" voor marktlieden/marktluis, "schiften" voor schriften, "mijn" voor mij), wat duidt op iemand die wel geletterd is maar mogelijk geen hogere opleiding heeft genoten. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (juli 1941). Het weerspiegelt de economische realiteit van die tijd: door de oorlogssituatie raakten veel mensen hun baan kwijt en zochten zij hun toevlucht tot de informele sector of de handel op markten.
Tegelijkertijd laat het document zien hoe strikt de bureaucratie in Amsterdam bleef functioneren, zelfs onder bezetting. Voor een beroep als kruier op de markt was een officiële 'kruierskaart' of vergunning nodig. Zonder deze papieren liep men het risico op boetes of verwijdering van het marktterrein. De vermelding dat hij niet in aanraking is geweest met de politie was essentieel voor de screening door de gemeente. De Kinkerstraat, waar de afzender woonde, lag in een volksbuurt vlakbij de Ten Katemarkt, wat de keuze voor dit werk verklaart. P. van Aalst Marktwezen Politie