Officieel rapport / ambtsbericht.
Origineel
Officieel rapport / ambtsbericht. 17 december 1941. In de transcriptie zijn de originele spelling en typefouten aangehouden. Doorgehaalde woorden zijn weergegeven met een streep.
R A P P O R T
J.H. Fonteijne, geboren 28 September 1917, wonende Jac: Catskade 46
alhier, verzoekt om een toegangskaart voor de Centrale Markt als over-
kruier. Fonteijne is ongehuwd en inwonend bij zijn moeder die weduwe
is. Deze heeft geen steun. Fonteijne is nimmer met de Justitie in aan-
raking geweest. Fonteijne vertoonde mij een getuigenschrift van de
firma H. van Waveren, ladderfabriek te Amsterdam, waaruit blijkt, dat hij
aldaar ruim acht jaar als knecht werkzaam is geweest en ~~bekend~~ bekend
staat als een eerlijk en vlijtig werkman. Slapte in het bedrijf (te-
kort aan materiaal) was reden van zijn ontslag. Fonteijne beschikt ~~niet~~
niet over een voertuig.Amsterdam 17 December 1941
Controleur,[Handtekening: Velthuis?]
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen.[Handgeschreven toevoeging onderaan:]
Heeft verklaring hier(?) gekregen
op 22/12 '41 [Paraaf] Dit document is een screening van een sollicitant door een controleur van het Amsterdamse Marktwezen. De heer Fonteijne vraagt toestemming om te mogen werken als 'overkruier' (iemand die goederen transporteert met een handkar) op de Centrale Markt.
Opvallende elementen in het rapport:
* Sociale noodzaak: Er wordt benadrukt dat hij voor zijn weduwe-moeder zorgt die geen uitkering ("steun") ontvangt. Dit diende vaak als morele onderbouwing voor het toekennen van werkvergunningen.
* Moraliteit en betrouwbaarheid: Het feit dat hij "nimmer met de Justitie in aanraking" is geweest en een goed getuigenschrift heeft, was cruciaal voor toegang tot een locatie waar veel handel en dus gelegenheid tot diefstal was.
* Economische motieven: De reden voor zijn ontslag bij de ladderfabriek ("tekort aan materiaal") verwijst direct naar de oorlogsomstandigheden waarbij grondstoffen schaars werden. Het rapport is opgesteld in december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam was in die tijd een streng gecontroleerde plek vanwege de voedseldistributie. Toegangskaarten waren noodzakelijk om daar te mogen werken. De bureaucratische taal en de nadruk op politieke/strafrechtelijke onbesprokenheid zijn typerend voor het ambtenarenapparaat in oorlogstijd, dat onder druk van de bezetter de controle op de bevolking verscherpte. De handgeschreven notitie onderaan laat zien dat de bureaucratische molen snel draaide: vijf dagen na het rapport was de verklaring al afgegeven. Fonteijne vraagt (De heer) H. van Waveren J.H. Fonteijne Marktwezen