Uittreksel (extract) uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Uittreksel (extract) uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 21 november 1941. [Links boven, handgeschreven/stempel:]
№ 59/11/5 M. 1941 4/12
No. 929 L.M. 1941
[Rechts boven, handgeschreven:]
Marktw.
[onleesbare initialen in blauw/paars krijt]
Restitutie marktgeld aan tuinders.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 21 November 1941.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam,
Gezien het rapport van den Directeur van het Marktwezen d.d. 27 September 1941, No. 59/11/3 M. (No. 929 L.M. 1941) en gelet op het kantstempel van den Wethouder voor de Financien d.d. 6 November 1941 (No. 1563/82.7 Fin. 1941);
B e s l u i t :
aan tuinders, die thans hun producten doen veilen bij de Nederlandsche Veiling van Land- en Tuinbouwproducten "Amsterdam" en die voordien in 1941 van 2 Januari af een plaats bezetten op de Centrale Markt, te restitueeren aan marktgeld ƒ 59.- (wegens plaatsgeld), ƒ 6,55 (wegens entrée-geld) en ƒ 1,31 (wegens entréegeld voor personeel).
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks) en Financiën (2 stuks).
V.
[onderstreept]
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[stempel in paars] Dit document is een officieel administratief besluit van de gemeente Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betreft een financiële afhandeling waarbij marktgeld wordt terugbetaald aan tuinders. De reden hiervoor is een verschuiving in de bedrijfsvoering: de betreffende tuinders zijn in de loop van 1941 hun producten gaan veilen bij de "Nederlandsche Veiling van Land- en Tuinbouwproducten 'Amsterdam'", terwijl zij daarvoor (vanaf januari 1941) op de Centrale Markt stonden. De restitutie beslaat drie posten: het feitelijke plaatsgeld (ƒ 59,-), het entreegeld (ƒ 6,55) en het entreegeld voor personeel (ƒ 1,31). Opmerkelijk is de brede en diverse portefeuille van de verantwoordelijke wethouder (Levensmiddelen gecombineerd met o.a. waschinrichtingen en zwembaden). Het document dateert van november 1941, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode stond Amsterdam onder leiding van de regeringsgetrouwe (pro-Duitse) burgemeester Edward Voûte. De bureaucratie van de stad bleef echter grotendeels functioneren volgens bestaande procedures. De centralisatie van de groente- en fruitveilingen was een proces dat tijdens de bezettingsjaren werd versterkt om de voedselvoorziening en prijsvorming beter te kunnen controleren. De genoemde J.F. Franken was een bekende figuur binnen het Amsterdamse ambtenarenapparaat en diende als gemeentesecretaris. Het document illustreert hoe de dagelijkse economische en administratieve processen in de stad doorliepen ondanks de oorlogsomstandigheden.