Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 12 december 1941. № 59/11/6 M. 1941 15/12
Diemen 12.12.41
M.
with Müller
Naar aanleiding van U
schrijven van 10 dezer zijn wij zeer
teleurgesteld omtrent het
bedrag van voor 1941 zijnde f 56,67
daar wij door de overstrooming
van Mei 1940 geheel geen inkomsten
meer hadden en in 't najaar maar
een zeer kleine aanvoer van
groenten hebben gehad, en toen
al steeds om kwijtschelding van
plaatsgeld hebben gevraagd, en
nu na een jaar van matige
opbrengsten ten gevolge van
gemelde overstrooming weer voor
een hopelooze taak te worden
gesteld, hopende op een gunstige
beslissing teekenen wij M. F. Koehler en
J. Postma
Muiderstraatweg 69c Diemer. De brief is een formeel verzoek aan een overheidsinstantie (waarschijnlijk de gemeente Diemen of de marktmeester) om kwijtschelding van een openstaand bedrag. De afzenders, Koehler en Postma, reageren op een schrijven van 10 december waarin zij gesommeerd worden 56,67 gulden te betalen voor het jaar 1941.
De kern van hun betoog is financiële onmacht. Zij voeren aan dat de inundatie (onderwaterzetting) van mei 1940 hun inkomsten volledig heeft doen opdrogen. Zelfs na herstel waren de oogsten in het najaar en het daaropvolgende jaar matig. Zij benadrukken dat zij al eerder om kwijtschelding van het "plaatsgeld" (marktgeld of pacht voor een standplaats) hebben gevraagd. De toon is dringend en schetst een beeld van een "hopelooze taak" om aan de financiële verplichtingen te voldoen. De brief dateert uit december 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De "overstrooming van Mei 1940" waar de schrijvers naar verwijzen, betreft de militaire inundaties die door het Nederlandse leger werden uitgevoerd als onderdeel van de verdedigingsstrategie (de Waterlinie) om de opmars van de Duitsers te vertragen.
Deze inundaties hadden verwoestende gevolgen voor de land- en tuinbouw in de regio rond Amsterdam en Diemen. Akkers stonden lange tijd onder water, waardoor gewassen verloren gingen en de grond verziltte of onbruikbaar werd voor de nabije toekomst. Dit document biedt een direct inkijkje in de langdurige economische nasleep van de oorlogshandelingen voor kleine ondernemers en tuinders, die probeerden het hoofd boven water te houden onder een regime van bezetting, schaarste en bureaucratische lasten. De naam "Müller" in de kantlijn zou kunnen verwijzen naar een Duitse functionaris binnen het bestuur of een lokale ambtenaar die de zaak behandelde. F. Koehler J. Postma