Handgeschreven verslag/notitie.
Origineel
Handgeschreven verslag/notitie. [1] bedrag als aandeel in de administratiekosten (2
[2] c.a. van het Hoofdkantoor der V.B.N.A. te Den Haag.
[3] Alleen reeds de hoogere lossingskosten
[4] ad 25 cent per 100 kg doen echter de „Reserve
[5] voor algemeene onkosten en winstderving” dalen
[6] van 24 cent tot 14 cent per 100 kg, of
[7] rond 10 cent per hl. Gebaseerd op dit
[8] bedrag kan de volgende berekening worden gemaakt.
[9] De omzet aan aardappelen bedroeg
[10] tot voor enkele weken gemiddeld 30.000 hl.
[11] per week. Sindsdien is dit kwantum ver-
[12] minderd tot (ca.) 20.000 hl.; door de
[13] V.B.N.A. en Centraal Belang is in onderling
[14] overleg een schaal vastgesteld, volgens
[15] welke aan den kleinhandel aardappelen
[16] worden verstrekt; waardoor deze kunnen hierdoor niet
[17] meer ongelimiteerd hunne aardappelen afnemen.
[18] Aan de V.B.N.A. zou, uitgaande van
[19] bovengenoemd bedrag v. 10 cent per hl. dus
[20] f 2000.- per week worden uitgekeerd, [doorgehaald: voor
[21] algemeene onkosten en winstderving.]
[22] uit welk bedrag moeten worden bestreden
[23] de algemeene onkosten (zoals salarissen
[24] personeel, administratiekosten, huren kantoren
[25] M. N. en O. op de centrale markt) benevens
[26] de kosten voor levensonderhoud der aan-
[27] gesloten grossiers, leden der V.B.N.A.
[28] De onkosten aan administratief
[29] personeel vermeerderd met die aan
[30] kantoorhuren, bedragen
[31] naar ons bekend f 120.- + f 320
[32] = f 440.- per week. Met diverse kosten
[33] zal het bedrag op f 500.- kunnen worden
[34] geschat. Ter verdeeling zou dus wekelijks
[35] f 1500.- per week [staan]. Het aantal personen
[36] die recht hebben op een grooter of kleiner aandeel
[37] in dit bedrag is 58. Gemiddeld zou
[38] de uitkeering dus f 40.- per week bedragen.
Marge-aantekeningen links:
* F als reserve voor algemeene onkosten & winstderving
* Berekening: 50/2300, 120/440, 6/2300
* Onderaan: (waaronder 30 kleine en de groote grossiers) Het document beschrijft een economische verschuiving binnen de aardappelmarkt. Door stijgende "lossingskosten" (25 cent per 100 kg) wordt de marge voor de reserve ("algemeene onkosten en winstderving") bijna gehalveerd: van 24 cent naar 14 cent per 100 kg. Omgerekend naar de standaardmaat in de handel destijds, de hectoliter (hl), blijft er ongeveer 10 cent over.
De kern van de berekening is als volgt:
1. Volume: De omzet is gedaald van 30.000 naar 20.000 hl per week door nieuwe beperkingen/schalen opgelegd door de V.B.N.A. en Centraal Belang.
2. Inkomsten: 20.000 hl x 10 cent = f 2.000,- per week beschikbaar voor de organisatie.
3. Vaste lasten: De onkosten (personeel, huur kantoren aan de Centrale Markt) worden begroot op f 440,-, afgerond naar f 500,- voor overige posten.
4. Netto voor grossiers: Er blijft f 1.500,- over om te verdelen onder 58 aangesloten grossiers.
5. Resultaat: Dit komt neer op een gemiddeld inkomen/vergoeding van f 40,- per week per grossier. De tekst weerspiegelt de sterk gereguleerde markt van de jaren '40 in Nederland. De V.B.N.A. fungeerde als een koepelorgaan dat in overleg met de overheid (of organen zoals 'Centraal Belang') de distributie beheerste.
In deze periode was er vaak sprake van distributiestelsels waarbij de kleinhandel niet vrij kon inkopen ("niet meer ongelimiteerd aardappelen afnemen"). De berekening lijkt bedoeld om aan te tonen of de overblijvende marge nog wel voldoende is voor het "levensonderhoud" van de aangesloten handelaren. Een bedrag van f 40,- per week was in die tijd een bescheiden, maar reëel inkomen voor een zelfstandige of kleine ondernemer, maar de toon van het document suggereert dat de marges onder druk stonden door de gestegen onkosten.