Getypte ambtelijke brief (doorslag/minuut).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (doorslag/minuut). 31 maart 1941 (verzonden op 2 april 1941). De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, mogelijk de Dienst der Publieke Werken of een bureau voor voedselvoorziening). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Handgeschreven, potlood/pen:] Verzonden 2/4 [Handgeschreven:] M. Müller
[Getypt:]
D/HG.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
65/1/8 M. 4 31 Maart 1941.
Pakhuiscontracten
van den aardappel-
handel.
Onder terugzending van de met Uw kantbrief.d.d. 28 Maart jl. om spoedig advies ontvangen stukken no.127 L.M.1941 heb ik de eer U te berichten, dat ik mij geheel kan vereenigen met het zich onder deze stukken bevindende rapport van den Accountant Jac. Olie Jr. d.d. 21 Maart jl. No.574/82.7 Fin.1941.
Ik heb mitsdien de eer U te adviseeren thans gevolg te geven aan het voorstel, vervat in mijn brief van 31 December 1940 No.65/1/1 M.1941.
De Directeur, * Inhoud: De directeur adviseert de wethouder om akkoord te gaan met een eerder voorstel uit december 1940 betreffende pakhuiscontracten voor de aardappelhandel. Hij baseert zich hierbij op een positief rapport van accountant Jac. Olie Jr.
* Terminologie: Het gebruik van "kantbrief" (een korte mededeling in de marge of een begeleidend schrijven) en de formele aanhef "heb ik de eer U te berichten/adviseeren" is kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd.
* Stijl: Het document is zakelijk, hiërarchisch en volgt de strikte administratieve protocollen van een gemeentelijk apparaat.
* Spelling: Er wordt gebruikgemaakt van de oude spelling (bijv. "den", "vereenigen", "Maart"). Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De distributie van levensmiddelen, met name aardappelen als volksvoedsel nummer één, was van vitaal belang en stond onder streng toezicht van de overheid. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde een centrale rol in het beheer van de voorraden en de logistiek in de stad.
De genoemde accountant, Jac. Olie Jr. (Jacobus Olie), was een bekende figuur in de Amsterdamse administratie; hij was werkzaam bij de Gemeentelijke Accountantsdienst en later betrokken bij de prijsbeheersing. Het feit dat er pakhuiscontracten moeten worden herzien of bevestigd, duidt op de noodzaak voor de gemeente om grip te houden op de opslagcapaciteit van private handelaren om de voedselvoorziening te garanderen.