Ambtelijke correspondentie (doorslag/kopie van een brief).
Origineel
Ambtelijke correspondentie (doorslag/kopie van een brief). 2 juli 1941. De Directeur van de Centrale Markt, Amsterdam. [Rechtsboven, handgeschreven:]
W. Riedler [?]
[Midden:]
VB/HG.
[Linksboven:]
64/11/1 M.
n 2
[Rechtsboven, handgeschreven in paars:]
Verzonden 3/7
[Datum rechts:]
2 Juli 1941.
[Links, onderwerp:]
Ontbinding huurcontract
Centrale Markt door toepassing
van artikel 17 lid 3 van het
Reglement op de Centrale Markt.
[Rechts, adressering:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Brieftekst:]
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de grossier J.P.Kuil, die pakhuisafdeeling No.D 25 op de Centrale Markt heeft gehuurd gedurende de periode van 1 Februari 1941 tot en met 31 Januari 1942, mij heeft verzocht met ingang van 1 Juli 1941 in aanmerking te mogen komen als huurder van pakhuisafdeeling D 14 op de Centrale Markt. Laatstgenoemde afdeeling komt met ingang van dien datum, in verband met de ariseeringsmaatregelen op de Centrale Markt, leeg te staan. Krachtens artikel 17 lid 3 van het Reglement op de Centrale Markt staat een aldaar vrijkomende pakhuisafdeeling allereerst ter beschikking van degenen, die reeds een soortgelijke pakhuisafdeeling gebruiken en deze tegen de beschikbaar gekomen afdeeling willen ruilen.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat bij besluit van den Regeeringscommissaris voor Amsterdam, het met J.P.Kuil gesloten huurcontract terzake van pakhuisafdeeling D 25 op de Centrale Markt met ingang van 1 Juli 1941 wordt ontbonden en het in bijlage dezes overgelegde contract (in duplo) voor pakhuisafdeeling D 14 op de Centrale Markt door den Regeeringscommissaris voor Amsterdam wordt geteekend. Beide exemplaren gelieve U mij daarna te retourneeren; dezerzijds kan dan voor registratie worden zorggedragen.
De Directeur.
[Linkermarge, handgeschreven kanttekeningen:]
H. Bergers E17
1/7'41 - 31/1'42
1/7'41 E4
Hub.
E17
E4 Dit document legt een cruciaal moment vast in de bestuurlijke afwikkeling van de Jodenvervolging in Amsterdam. De kernpunten zijn:
- Arisering: De brief vermeldt expliciet dat pakhuisafdeling D 14 vrijkomt vanwege "ariseeringsmaatregelen". Dit betekent dat de oorspronkelijke Joodse huurder door de anti-Joodse verordeningen van de Duitse bezetter gedwongen is zijn plek op de markt op te geven.
- Facilitering door de gemeente: De directeur van de Centrale Markt gebruikt bestaande marktreglementen (artikel 17 lid 3 over het recht op ruil) om de door de bezetter gecreëerde leegstand direct in te vullen met een niet-Joodse handelaar (J.P. Kuil).
- Bestuurlijke structuur: Er wordt verwezen naar de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". Dit reflecteert de politieke situatie van 1941, waarbij de democratische gemeenteraad was uitgeschakeld en de stad onder direct toezicht stond van een door de bezetter benoemde commissaris.
- Bureaucratische toon: De toon van de brief is uiterst zakelijk en hoffelijk ("Ik heb de eer U beleefd te verzoeken"), wat het contrast scherp maakt tussen de ambtelijke correctheid en de achterliggende gewelddadige uitsluiting van de Joodse bevolking. De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) was in 1941 de spil van de voedselvoorziening in de stad. Na de bezetting in 1940 begonnen de Duitsers vrijwel direct met het uitsluiten van Joden uit het economische leven. Vanaf het voorjaar van 1941 werden Joodse ondernemers verplicht hun bedrijven te registreren, waarna ze vaak onder toezicht van een Verwalter (bewindvoerder) werden geplaatst of geliquideerd.
Dit document is een concreet bewijsstuk van hoe de onteigening van Joodse ondernemers ("arisering") in de praktijk werkte. Het laat zien dat het gemeentebestuur en de marktdirectie niet slechts lijdzaam toekeken, maar de uitvoering van deze maatregelen administratief stroomlijnden. Terwijl Joodse handelaren hun bestaansrecht verloren, konden anderen — soms gewillig, soms simpelweg gebruikmakend van de geboden kans — hun plek innemen. Zulke documenten zijn van groot belang voor historisch onderzoek naar de collaboratie en de economische gevolgen van de Holocaust in Nederland.