Officiële brief/kennisgeving van huurbeëindiging.
Origineel
Officiële brief/kennisgeving van huurbeëindiging. 21 juli 1941. De Regeeringscommissaris voor Amsterdam (Edward Voûte). [Linksboven, stempel en typemachine]
$N\underline{o}$ 64 /12 /2 M. 1941 $\frac{22}{7}$ [handgeschreven]
L.M.
59/5 -1941-
[Rechtsboven, handgeschreven]
Marktw.
21 Juli 1941.
[onleesbare paraaf]
m/s Dir.
Th. Muller
Th. Brouse
[Hoofdtekst]
Ik deel U mede te hebben besloten om, ge-
rekend te zijn ingegaan 1 Juli 1941, de met U ge-
sloten huurovereenkomst inzake pakhuisafdeeling
E 17 op de Centrale Markt, als ontbonden te be-
schouwen.
vM
De Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
(get.) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Onderzijde]
den heer H.v.Bezooyen,
p/a Centrale Markt,
$\underline{\text{A L H I E R}}$ (W).
Jan van Galenstraat, Het document is een eenzijdige opzegging van een huurcontract door het Amsterdamse gemeentebestuur onder nationaalsocialistisch toezicht. De heer H.v. Bezooyen wordt geïnformeerd dat de huur van zijn pakhuisruimte (E 17) op de Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat met terugwerkende kracht (vanaf 1 juli 1941) is beëindigd.
De brief is ondertekend door Edward Voûte, die door de Duitse bezetter was aangesteld. De zakelijke, korte toon is kenmerkend voor de bureaucratische afhandeling van zaken tijdens de bezettingsjaren, waarbij contracten vaak zonder veel tekst of uitleg werden ontbonden in het belang van de bezetter of de herverdeling van schaarse middelen. Dit document stamt uit de periode van de Tweede Wereldoorlog. Na de Februaristaking van 1941 grepen de Duitse autoriteiten harder in op het lokale bestuur in Nederland. In Amsterdam werd de democratisch gekozen burgemeester en wethouders vervangen door een "Regeeringscommissaris", een functie die werd bekleed door Edward Voûte. Hij trad in feite op als een burgemeester met dictatoriale bevoegdheden, direct verantwoording verschuldigd aan de bezetter.
De Centrale Markt was in oorlogstijd een essentieel knooppunt voor de voedselvoorziening en distributie. Controle over de pakhuizen was cruciaal voor de controle op de zwarte handel en de reguliere distributie. Hoewel de brief de reden voor de opzegging niet vermeldt, vonden dergelijke onteigeningen of opzeggingen vaak plaats om ruimte te maken voor distributiediensten van de bezetter, of als repressieve maatregel tegen personen die niet meewerkten aan de nieuwe orde.