Archief 745
Inventaris 745-362
Pagina 364
Dossier 113
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

22 februari 1941. Van: Directie van het Marktwezen, Amsterdam. Aan: Jan de Geus en Co., Centrale Markt H 57, Amsterdam-West.

Origineel

22 februari 1941. Directie van het Marktwezen, Amsterdam. Jan de Geus en Co., Centrale Markt H 57, Amsterdam-West. [Handgeschreven aantekening bovenaan:] Verzonden 22/2-'41.

66/4/4 M. DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
22 Februari 1941.

No.
Aan Amsterdam-West,
Jan ~~van de~~ de Geus en Co.,
Centrale Markt H 57,
Amsterdam-West.

In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeven of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.

De Directeur, Dit document is een formele administratieve mededeling van de Directie van het Marktwezen aan een van haar huurders op de Centrale Markt in Amsterdam. De brief dient drie doelen:
1. Formele overdracht: Het officieel overhandigen (toezenden) van het getekende en geregistreerde huurcontract.
2. Onderhoudsplicht: Het herinneren van de huurder aan de wettelijke verplichting (artikel 1619 van het toenmalige Burgerlijk Wetboek) dat klein onderhoud en reparaties aan de gehuurde ruimte voor eigen rekening komen. Specifieke voorbeelden zoals rolluiken en sloten onderstrepen de aard van de bedrijfsruimte (pakhuis).
3. Beperking van reclame-uitingen: De huurder wordt gewezen op een strikt verbod op het ongeautoriseerd plaatsen van reclameborden of aankondigingen op het pand, wat duidt op een strak beheer van de uitstraling van het marktcomplex.

De brief is zakelijk en dwingend van toon, kenmerkend voor gemeentelijke overheidscommunicatie uit die tijd. De correctie in de naam van de geadresseerde suggereert een nauwkeurige administratieve verwerking. De datum van de brief, 22 februari 1941, is historisch zeer relevant. Het document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Slechts drie dagen na de datum op deze brief, op 25 en 26 februari 1941, vond in Amsterdam de Februaristaking plaats, een grootschalig protest tegen de vervolging van Joden.

De Centrale Markt in Amsterdam-West (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was het hart van de voedseldistributie in de stad. Tijdens de oorlog was het beheer van dergelijke locaties van strategisch belang voor de voedselvoorziening en onderhevig aan strikte controles. Hoewel deze brief een puur civielrechtelijke en beheersmatige inhoud lijkt te hebben (huur en onderhoud), vond deze correspondentie plaats in een periode van extreme maatschappelijke spanning en verandering. De verwijzing naar het Burgerlijk Wetboek toont aan dat het Nederlandse civiele recht onder de bezetting in eerste instantie gecontinueerd werd voor alledaagse zakelijke transacties.

Samenvatting

Dit document is een formele administratieve mededeling van de Directie van het Marktwezen aan een van haar huurders op de Centrale Markt in Amsterdam. De brief dient drie doelen:
1. Formele overdracht: Het officieel overhandigen (toezenden) van het getekende en geregistreerde huurcontract.
2. Onderhoudsplicht: Het herinneren van de huurder aan de wettelijke verplichting (artikel 1619 van het toenmalige Burgerlijk Wetboek) dat klein onderhoud en reparaties aan de gehuurde ruimte voor eigen rekening komen. Specifieke voorbeelden zoals rolluiken en sloten onderstrepen de aard van de bedrijfsruimte (pakhuis).
3. Beperking van reclame-uitingen: De huurder wordt gewezen op een strikt verbod op het ongeautoriseerd plaatsen van reclameborden of aankondigingen op het pand, wat duidt op een strak beheer van de uitstraling van het marktcomplex.

De brief is zakelijk en dwingend van toon, kenmerkend voor gemeentelijke overheidscommunicatie uit die tijd. De correctie in de naam van de geadresseerde suggereert een nauwkeurige administratieve verwerking.

Historische Context

De datum van de brief, 22 februari 1941, is historisch zeer relevant. Het document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Slechts drie dagen na de datum op deze brief, op 25 en 26 februari 1941, vond in Amsterdam de Februaristaking plaats, een grootschalig protest tegen de vervolging van Joden.

De Centrale Markt in Amsterdam-West (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was het hart van de voedseldistributie in de stad. Tijdens de oorlog was het beheer van dergelijke locaties van strategisch belang voor de voedselvoorziening en onderhevig aan strikte controles. Hoewel deze brief een puur civielrechtelijke en beheersmatige inhoud lijkt te hebben (huur en onderhoud), vond deze correspondentie plaats in een periode van extreme maatschappelijke spanning en verandering. De verwijzing naar het Burgerlijk Wetboek toont aan dat het Nederlandse civiele recht onder de bezetting in eerste instantie gecontinueerd werd voor alledaagse zakelijke transacties.

Kooplieden in dit dossier 10

Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper
Bot, andere dan Noordzeebot *0.15* [hs]
Edelkarper (levend) *0.45* [hs]
Grossiers en personeel f 642.-
A. Geboorte f. 9.600.-
P.H. Passchier " 4.160.-
Snoek en barbeel *0.12* [hs]
Voorn en kolblei beneden 20 cm en serpeling
M. Sicma *0.20* [hs]

Gerelateerde Documenten 6