Officiële brief/besluit van de gemeente.
Origineel
Officiële brief/besluit van de gemeente. 14 mei 1941. De Regeringscommissaris voor Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). Directeur van den Dienst van het Marktwezen. [Stempel linksboven:]
№ 66/7/3 M. 1941 16/5
GEMEENTE AMSTERDAM
AFD. L.M.
No. 269
BIJLAGEN: [Handgeschreven in marge:] Genoteerd op slip 20/7 41 S
AMSTERDAM, 14 Mei 1941.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.
[Handgeschreven aantekeningen boven de tekst:]
w.g. Dir
H. Brouwer
H. Müller
S
Naar aanleiding van Uw desbetreffend verzoek machtig ik U, om aan de Politie voor het gebruik van lokalen op het terrein der Centrale Markt een vergoeding van f 15 per maand per lokaal in rekening te brengen, onder bepaling, dat de huur van de vier kantoorlokalen, die reeds eerder in gebruik waren, ingaat per 1 Januari 1941, terwijl de datum van ingang der huur van de vier nieuwe lokaliteiten, welke later zijn betrokken, wordt vastgesteld op 1 Maart 1941.
[Stempel links onder tekst:] VM
De Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
[Handgeschreven paraaf S]
[Handtekening:] Voûte
de Gemeentesecretaris,
[Handtekening:] J.F. Franken
Aan den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen.
[Handgeschreven paraaf linksonder:] JvE
Model G. A. 5
25000-1-'40
[Handgeschreven getal rechtsonder:] 66 * Inhoud: In deze brief machtigt de Regeringscommissaris de directeur van de Dienst van het Marktwezen om huur in rekening te brengen bij de politie voor het gebruik van acht lokalen op het terrein van de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam). De huurprijs wordt vastgesteld op 15 gulden per lokaal per maand. Er wordt onderscheid gemaakt tussen vier reeds bestaande kantoorlokalen (huur vanaf 1 januari 1941) en vier nieuwe lokaliteiten (huur vanaf 1 maart 1941).
* Administratieve verwerking: Het document bevat diverse administratieve kenmerken, waaronder een archiefnummer, afdelingsaanduiding (L.M.) en handgeschreven parafen die wijzen op de interne afhandeling en registratie ("Genoteerd op slip").
* Authenticiteit: De brief is formeel ondertekend door de belangrijkste bestuurders van de stad in die tijd, inclusief de voor de bezettingstijd typerende titel van "Regeringscommissaris". * Oorlogstijd en Bestuur: De brief dateert van mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting. De term "Regeeringscommissaris" is veelzeggend; na het gedwongen vertrek van burgemeester De Vlugt in maart 1941, stelde de bezetter Edward Voûte aan als Regeringscommissaris. Hij fungeerde als burgemeester maar onder direct toezicht en volgens de instructies van de Duitse autoriteiten.
* Centrale Markt: De Centrale Markt was tijdens de oorlog van vitaal belang voor de voedseldistributie. De aanwezigheid van de politie op dit terrein met extra lokalen duidt op verscherpt toezicht, mogelijk ter bestrijding van de zwarte handel of ter beveiliging van de rantsoeneringsvoorraden.
* Financiële verantwoording: Zelfs tijdens de bezetting bleef de gemeentelijke bureaucratie nauwgezet functioneren. De vergoeding van 15 gulden per maand lijkt een interne verrekening tussen gemeentelijke diensten (Marktwezen en Politie) om de boekhouding sluitend te houden.