Ambtelijke brief / adviesnota.
Origineel
Ambtelijke brief / adviesnota. 24 juni 1941. De Directeur (waarschijnlijk van de Centrale Markt te Amsterdam). [Linksboven handgeschreven:] genoteerd in de b-lijst 25/6/41 G
[Rechtsboven handgeschreven:] Extra [onleesbaar]
VB/HG.
66/11/4 M.
1
24 Juni 1941.
Ontheffing huur zolder-
pakhuis Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 11 Juni jl. onder no. 59/3 L.M.1941 om advies ontvangen stuk, heb ik de eer U het navolgende te berichten.
De grossier J. Krant, wonende Eemsstraat 9, alhier, die in de hal op de Centrale Markt twee plaatsen bezet en voornamelijk handelt in fruit, heeft op 10 Januari jl. den zolder no. 12a in de hal op de Centrale Markt gehuurd tot en met 31 Januari 1942 tegen een huurprijs van ƒ 150,- per jaar. Adressant heeft den zolder aanvankelijk gebruikt voor den opslag van een partij kool. Bij het aangaan van de onderhavige overeenkomst moet adressant mijns inziens op de hoogte geweest zijn van het feit, dat hij den zolder niet zou kunnen gebruiken voor den opslag van fruit, het artikel waarin hij gewoonlijk handel drijft, daar buitenlandsch fruit weinig aangevoerd zou worden, terwijl het Hollandsche harde fruit, dat in normale tijden in het voorjaar schaarsch pleegt te zijn, in het najaar reeds voor een zeer groot gedeelte was geëxporteerd. Ten aanzien van Krant doen zich dus mijns inziens geenerlei onvoorziene omstandigheden voor, noch is er in zijn geval sprake van overmacht. Op grond van deze overwegingen heb ik gemeend geen voorstel te moeten doen den heer Krant van de huurovereenkomst betreffende den zolder, te ontheffen.
Ik merk nog op, dat van de fruitgrossiers, die reeds jarenlang pakhuisafdeelingen op de markt in huur hebben, welke door gebrek aan fruit gedurende het geheele voorjaar grootendeels leeg hebben gestaan, niemand ontheffing van contract of huurverlaging heeft gevraagd.
Indien U zich met het bovenstaande kunt vereenigen, heb ik de eer U te adviseeren den adressant te doen berichten, dat na onderzoek is gebleken, dat geen termen aanwezig zijn hem van zijn verplichtingen jegens de Gemeente, voortvloeiende uit de door hem aangegane huurovereenkomst, te ontheffen.
De Directeur, Dit document is een ambtelijk advies waarin de directeur van de Centrale Markt de wethouder adviseert om een verzoek van de heer J. Krant af te wijzen. Krant wilde onder zijn huurcontract voor een pakhuisruimte uit omdat hij door een gebrek aan fruit de ruimte niet nuttig kon gebruiken.
De directeur hanteert een strikt zakelijke en juridische redenering. Hij stelt dat de huurder bij het tekenen van het contract in januari 1941 al kon weten dat de fruithandel door de oorlogsomstandigheden (gebrek aan import en grootschalige export naar Duitsland) problematisch zou zijn. Er wordt geoordeeld dat er geen sprake is van "onvoorziene omstandigheden" of "overmacht". Ook wordt het argument van precedentwerking aangehaald: als deze huurder korting of ontheffing krijgt, zullen andere handelaren die in hetzelfde schuitje zitten ook volgen. De brief dateert uit juni 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was cruciaal voor de voedselvoorziening van de stad. Tijdens de bezetting stond de handel onder zware druk door rantsoenering en de opeising van goederen door de bezetter.
Het genoemde "Hollandsche harde fruit" (appels en peren) werd in grote hoeveelheden naar Duitsland geëxporteerd, wat leidde tot lege pakhuizen en schaarste op de lokale markt.
De naam J. Krant en zijn adres in de Eemsstraat (Rivierenbuurt) wijzen erop dat dit zeer waarschijnlijk een Joodse ondernemer betrof. In 1941 werden de anti-Joodse maatregelen in Nederland steeds intensiever, waaronder de registratie en latere onteigening van Joodse bedrijven. Hoewel de brief een puur administratieve toon aanslaat over een huurkwestie, vormt de precaire positie van Joodse ondernemers in die tijd de onuitgesproken achtergrond van dit document.