Archief 745
Inventaris 745-362
Pagina 431
Dossier 90
Jaar 1941
Stadsarchief

Officieel afschrift van een brief van de Gemeente Amsterdam.

5 juli 1941. Van: De Regeeringscommissaris voor Amsterdam (namens deze de Gemeentesecretaris). Aan: Den Heer J. Krant, Eemsstraat 9, Amsterdam Z.

Origineel

Officieel afschrift van een brief van de Gemeente Amsterdam. 5 juli 1941. De Regeeringscommissaris voor Amsterdam (namens deze de Gemeentesecretaris). Den Heer J. Krant, Eemsstraat 9, Amsterdam Z. [Rechtsboven, getypt:] Afschrift.
[Rechtsboven, handgeschreven:] Markten [gevolgd door initialen]

[Midden boven, getypt:] GEMEENTE AMSTERDAM.

[Linksboven, getypt:]
Afd. L.M.
No. 59/3 L.M.1941

[Rechtsmidden, getypt:] Amsterdam, 5 Juli 1941.

[Groot paars stempel over de tekst:] № 66 / 11 / 5 M. 1941

[Links van het stempel handgeschreven:] vs
[Rechts van het stempel handgeschreven:] [onleesbaar, mogelijk "n.i. / de Bruine"]

[Hoofdtekst, getypt:]
Naar aanleiding van Uw schrijven van 6
dezer deel ik U mede, dat na onderzoek is geble-
ken, dat geen termen aanwezig zijn U van Uwe
verplichtingen jegens de Gemeente te ontheffen,
voortvloeiende uit de door U aangegane huurover-
eenkomst in zake den zolder No.H.12 a in de hal
op de Centrale Markt.
Ho.

De Regeeringscommissaris voor Amsterdam,

(get.) Voute [paars stempel]

de Gemeentesecretaris,

(get.) J. F. FRANKEN [paars stempel]

[Linksonder, adres ontvanger:]
Aan
den Heer J. Krant,
Eemsstraat 9
Amsterdam. Z.

[Rechtsonder, verificatie:]
Voor eensluidend afschrift
de Gemeentesecretaris,
[Handgeschreven handtekening:] J. F. Franken. Het document is een formeel bericht van de Gemeente Amsterdam aan de heer J. Krant. Krant had verzocht om ontbonden te worden van zijn contractuele verplichtingen (huur) voor een specifieke zolderruimte (No. H.12 a) in de hal van de Centrale Markt. De gemeente wijst dit verzoek resoluut af, met de mededeling dat er "geen termen" (geen geldige redenen) zijn gevonden om hem van zijn verplichtingen te ontheffen.

De tekst is zakelijk en bureaucratisch van toon. Het gebruik van paarse stempels voor de namen van de functionarissen (Voute en Franken) duidt op een gestandaardiseerd proces voor het maken van officiële afschriften. Dit document stamt uit juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De functietitel "De Regeeringscommissaris voor Amsterdam" is historisch significant: het verwijst naar Edward J. Voute, die door de bezetter was aangesteld nadat het democratisch gekozen gemeentebestuur en de burgemeester opzij waren gezet.

De ontvanger, de heer Jacob Krant, woonachtig aan de Eemsstraat 9, was een Joodse koopman. In 1941 werden Joodse ondernemers in Amsterdam steeds vaster in de klem gezet door anti-Joodse maatregelen (Ariërisering). Het is zeer waarschijnlijk dat zijn verzoek om van de huur af te komen verband hield met het feit dat het hem onmogelijk werd gemaakt zijn handel op de markt voort te zetten. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Jacob Krant en zijn gezin later zijn gedeporteerd; hij werd in 1943 in Sobibor vermoord. Dit document vormt daarmee een klein maar kil puzzelstukje in de bureaucratische uitsluiting die aan de deportaties voorafging.

Samenvatting

Het document is een formeel bericht van de Gemeente Amsterdam aan de heer J. Krant. Krant had verzocht om ontbonden te worden van zijn contractuele verplichtingen (huur) voor een specifieke zolderruimte (No. H.12 a) in de hal van de Centrale Markt. De gemeente wijst dit verzoek resoluut af, met de mededeling dat er "geen termen" (geen geldige redenen) zijn gevonden om hem van zijn verplichtingen te ontheffen.

De tekst is zakelijk en bureaucratisch van toon. Het gebruik van paarse stempels voor de namen van de functionarissen (Voute en Franken) duidt op een gestandaardiseerd proces voor het maken van officiële afschriften.

Historische Context

Dit document stamt uit juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De functietitel "De Regeeringscommissaris voor Amsterdam" is historisch significant: het verwijst naar Edward J. Voute, die door de bezetter was aangesteld nadat het democratisch gekozen gemeentebestuur en de burgemeester opzij waren gezet.

De ontvanger, de heer Jacob Krant, woonachtig aan de Eemsstraat 9, was een Joodse koopman. In 1941 werden Joodse ondernemers in Amsterdam steeds vaster in de klem gezet door anti-Joodse maatregelen (Ariërisering). Het is zeer waarschijnlijk dat zijn verzoek om van de huur af te komen verband hield met het feit dat het hem onmogelijk werd gemaakt zijn handel op de markt voort te zetten. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Jacob Krant en zijn gezin later zijn gedeporteerd; hij werd in 1943 in Sobibor vermoord. Dit document vormt daarmee een klein maar kil puzzelstukje in de bureaucratische uitsluiting die aan de deportaties voorafging.

Kooplieden in dit dossier 10

Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper
Bot, andere dan Noordzeebot *0.15* [hs]
Edelkarper (levend) *0.45* [hs]
Grossiers en personeel f 642.-
A. Geboorte f. 9.600.-
P.H. Passchier " 4.160.-
Snoek en barbeel *0.12* [hs]
Voorn en kolblei beneden 20 cm en serpeling
M. Sicma *0.20* [hs]

Gerelateerde Documenten 6