Ambtelijke correspondentie / Adviesnota.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / Adviesnota. Omstreeks april/juni 1941 (gebaseerd op referentienummer 14/4/41 en tekstuele inhoud). Vermoedelijk de directeur van de Centrale Markt in Amsterdam. [Linksboven]
Onderwerp
Kwijtschelding marktgeld
v. d. m. aan grossier W de Groot.
[Rechtsboven]
Weth. h. m.
66/14/2 14/4/41 18
[Inhoud]
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de grossier W. de Groot, Retiefstraat 71, alhier, die voor het kalenderjaar 1941 een plaats bezet in de hal op de Centrale Markt, mij heeft verzocht, gerekend te zijn ingegaan 1 Juni j.l. van zijn verplichtingen te worden ontheven en het door hem thans verschuldigde marktgeld, ten bedrage van f 500.- gedeeltelijk kwijt te schelden.
De Groot is grossier in fruit, doch in verband met den geringen aanvoer kan hij zijn zaken niet langer voortzetten en ziet hij zich genoodzaakt om steun aan te vragen. De Groot bezoekt de Centrale Markt niet meer; inwilliging van zijn verzoek acht ik derhalve billijk. Indien hij voor de onderhavige plaats het tarief per kalendermaand had betaald, zou hij tot 1 Juni j.l. een bedrag van 5 x f 50.- = f 250.- zijn schuldig geweest. Er kan dus mijns inziens een bedrag van f 500.- - f 250.- = f 250.- worden kwijtgescholden.
Ik stel U beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat daartoe * Kernboodschap: De ambtenaar adviseert de wethouder om een fruitgrossier een gedeeltelijke kwijtschelding van zijn marktgeld te verlenen.
* Reden van het verzoek: De ondernemer, W. de Groot (gevestigd in de Retiefstraat 71, Amsterdam), kan zijn groothandel in fruit niet langer voortzetten vanwege de "geringen aanvoer". Dit duidt op de economische schaarste tijdens de bezettingsjaren.
* Financiële berekening: De grossier heeft een schuld van f 500,-. De ambtenaar rekent uit dat als de man per maand had betaald (f 50,- per maand), hij over de periode januari tot en met mei f 250,- verschuldigd zou zijn geweest. Aangezien hij per 1 juni is gestopt, wordt geadviseerd de resterende f 250,- kwijt te schelden.
* Beoordeling: De ambtenaar acht het verzoek "billijk" (rechtvaardig), aangezien de man de markt feitelijk niet meer bezoekt en in financiële nood verkeert (hij moet steun aanvragen). Dit document stamt uit het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland (1941). De locatie is Amsterdam, af te leiden uit de vermelding van de "Retiefstraat" (Transvaalbuurt) en de "Centrale Markt" (de Jan van Galenstraat).
De "geringen aanvoer" waarover gesproken wordt, is een direct gevolg van de oorlogssituatie: internationale handel lag nagenoeg stil, transport was bemoeilijkt en veel producten gingen direct naar Duitsland. Voor kleine zelfstandige grossiers was het vrijwel onmogelijk om nog aan voorraad te komen, wat leidde tot bedrijfsbeëindigingen en armoede. De brief geeft een inkijkje in de administratieve afhandeling van de economische malaise die de stad trof. De term "j.l." (jongstleden) bij 1 juni suggereert dat de brief kort na deze datum is geschreven.