Officiële kennisgeving/besluit van de gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële kennisgeving/besluit van de gemeente Amsterdam. 21 juli 1941. De Regeeringscommissaris voor Amsterdam (Edward Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). Den heer W. de Groot, Retiefstraat 71, Amsterdam (O). Nº 66/14/3 M. 1941 22/7 [handgeschreven:] Marktw
L.M. 621 -1941-
21 Juli 1941.
[handgeschreven notities/paraaf in blauw, o.a. m/Dir. Marktw(?)]
Ik deel U mede te hebben besloten U op gronden van billijkheid een bedrag groot ƒ 250 aan marktgeld over het kalenderjaar 1941 kwijt te schelden.
vM
De Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
(get.) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
den heer W.de Groot,
Retiefstraat 71,
A_L_H_I_E_R (O). * Inhoud: Het document is een formeel besluit waarbij de heer W. de Groot een kwijtschelding krijgt van 250 gulden aan marktgeld voor het jaar 1941. Als reden wordt "gronden van billijkheid" opgegeven, wat duidt op een besluit gebaseerd op redelijkheid, vaak naar aanleiding van een verzoek vanwege persoonlijke of financiële omstandigheden.
* Ondertekening: De brief is "getekend" (get.) door Edward Voûte en J.F. Franken. Voûte werd in 1941 door de Duitse bezetter aangesteld als regeringscommissaris, een functie die de taken van de burgemeester en de ontbonden gemeenteraad verving.
* Administratieve kenmerken: De stempels en handgeschreven toevoegingen (zoals "Marktw", waarschijnlijk een afkorting voor de afdeling Marktwezen) duiden op een zorgvuldige archivering en verwerking binnen het gemeentelijk apparaat. * Oorlogstijd: Het document dateert van juli 1941, ruim een jaar na de start van de Duitse bezetting van Nederland. De titel "Regeeringscommissaris" reflecteert de nieuwe politieke orde waarbij het lokaal zelfbestuur was uitgeschakeld.
* Locatie: De ontvanger woonde in de Retiefstraat in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. Dit was een buurt waar veel Joodse Amsterdammers woonden. Veel markthandelaren in Amsterdam waren van Joodse afkomst. In 1941 werden de maatregelen tegen Joden steeds restrictiever (zoals de verwijdering van Joden van markten of de verplichting om op speciale "Jodenmarkten" te staan). Het bedrag van 250 gulden was in 1941 aanzienlijk (vergelijkbaar met enkele duizenden euro's nu).
* Handelscontext: De kwijtschelding suggereert dat de heer De Groot door de omstandigheden van de oorlog zijn werk op de markt mogelijk niet volledig heeft kunnen uitvoeren of in financiële nood verkeerde.