Betalingsherinnering / Afrekening.
Origineel
Betalingsherinnering / Afrekening. 15 december 1941. De Directeur van de Centrale Markt, Amsterdam. [Linksboven, handgeschreven in blauw]: Verzonden 15/12
[Rechtsboven, handgeschreven in blauw]: U. Müller
[Adres, rechts gecentreerd]:
den Heer S. Kloots,
Swammerdamstraat 51,
Amsterdam-Oost.
Wijk 11.
[Referentie links]: 66/19/6 M.
[Datum rechts]: 15 December 1941.
[Inhoud]:
Ten vervolge op den brief van den Burgemeester van 15 November 1941 No.1049 L.M.1941 deel ik U mede, dat U na aftrek van het bedrag der kwijtschelding groot ƒ 83,33 wegens het bezetten van een plaats in de hal over het kalenderjaar 1941 moest betalen ƒ 500,-
min ƒ 83,33 = ƒ 416,67
U heeft betaald " 406,70
zoodat U nog betalen moet ƒ 9,97
=========
U dient dit bedrag omgaand te betalen bij den kassier van het hoofdkantoor Jan van Galenstraat 14 of te doen storten op de girorekening no.74 van de Centrale Markt bij het Gemeentelijke Girokantoor, alhier.
De Directeur, * **Onderwerp:** De brief betreft de definitieve afrekening van het staangeld ("bezetten van een plaats in de hal") voor het jaar 1941.
- Financiële details: De oorspronkelijke schuld was 500 gulden. Er is een kwijtschelding verleend van 83,33 gulden (waarschijnlijk op last van de burgemeester, zoals vermeld in de referentie naar de brief van 15 november). Na aftrek van de reeds gedane betaling van 406,70 gulden blijft er een restschuld over van 9,97 gulden.
- Terminologie: De spelling is conform de toenmalige norm (bijv. "den Heer", "zoodat", "omgaand"). De munteenheid wordt aangeduid met de florijn (ƒ). * Historische periode: Het document dateert uit december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode stond de Centrale Markt van Amsterdam onder strikt toezicht.
- Locatie: De Jan van Galenstraat 14 was (en is nog steeds) het adres van de Centrale Markthallen in Amsterdam.
- Betekenis: Documenten als deze geven inzicht in de dagelijkse bureaucratie en de financiële afwikkeling van marktgelden in oorlogstijd. De verwijzing naar een besluit van de Burgemeester (destijds de door de bezetter aangestelde regeringscommissaris Edward Voûte) over kwijtscheldingen kan wijzen op algemene beleidswijzigingen of specifieke regelingen voor markthandelaren in dat jaar. In de context van 1941 werden veel Joodse handelaren van de markt geweerd; hoewel dit document slechts een zakelijke verrekening lijkt, is de administratieve registratie van handelaren uit deze periode vaak verbonden met de bredere vervolgingsgeschiedenis.