Getypte brief (doorslag of officieel concept).
Origineel
Getypte brief (doorslag of officieel concept). 19 september 1941. VD/HG. extra
66/23/1 H.
19 September 1941.
Kwijtschelding huurprijs
bovenverdieping pakhuis
Hal 26 ten name van de
N.V. Keizer's Fruithandel.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Hiermede heb ik de eer U het volgende te berichten.
De N.V. Keizer's Fruithandel heeft met ingang van 1 Juni jl. gehuurd pakhuis Hal 26 op de Centrale Markt voor den huurprijs van f 1.000,- per jaar. De bovenverdieping van dit pakhuis kan door Keizer niet in gebruik worden genomen, doordat deze is ingericht als bananenrijperij door de N.V. Nooy's Fruitimport. De laatste N.V. had namelijk tot 1 Mei 1941 in huur pakhuis Hal 24, benevens de bovenverdiepingen van de pakhuizen Hal 22 en 26, elk tegen een huurprijs van f 150,- per jaar. Aangezien er tengevolge van den oorlogstoestand thans geen bananen worden aangevoerd, heeft de N.V. Nooy de vorengenoemde bovenverdiepingen aanvankelijk (bij het afloopen der desbetreffende contracten) niet willen inhuren; daar het evenwel voor haar bezwaarlijk was om de installaties voor het rijpen der bananen af te breken, heeft zij zich ten slotte bereid verklaard om de bovenverdieping van pakhuis Hal 22 in te huren. Het desbetreffende contract is hiervoor reeds afgesloten. Zij heeft echter verzocht om de bovenverdieping van pakhuis Hal 26 tijdelijk gratis in gebruik te mogen houden, teneinde niet te worden genoodzaakt om de installatie voor de bananenrijperij te moeten afbreken. Voor andere doeleinden wordt deze bovenverdieping niet gebruikt. Mijnerzijds bestaat hiertegen, gelet op de bijzondere tijdsomstandigheden, geen bezwaar, vooral ook, omdat ik de instandhouding der rijpinstallatie een belang voor de Centrale Markt acht. Een en ander brengt echter mede, dat het met de N.V. Keizer's Fruithandel gesloten huurcontract betreffende pakhuis Hal 26 aan een herziening moet worden onderworpen in dier voege, dat aan deze N.V. op gronden van billijkheid kwijtschelding van het betalen der huur worde verleend tot een bedrag van f 150,- wegens het gemis van de bovenverdieping van meegenoemde pakhuisafdeeling Hal 26. Deze brief illustreert de logistieke en financiële complicaties op de Amsterdamse Centrale Markt tijdens de Duitse bezetting.
- Stagnatie van import: De tekst meldt expliciet dat er "tengevolge van den oorlogstoestand thans geen bananen worden aangevoerd". Dit was een direct gevolg van de maritieme blokkades en de focus van de economie op de oorlogsvoering, waardoor de handel in exotische goederen volledig stilviel.
- Behoud van infrastructuur: Ondanks het gebrek aan bananen, kiest het marktbestuur ervoor om de bestaande technische installaties (bananenrijperijen) te sparen. Men voorziet blijkbaar dat deze na de oorlog weer nodig zullen zijn, of men wil de kosten en moeite van afbraak vermijden.
- Administratieve pragmatiek: Omdat de nieuwe huurder (Keizer) een deel van zijn gehuurde pand niet kan gebruiken omdat de oude installatie van Nooy er nog staat, wordt een billijke oplossing gezocht. De huur wordt verlaagd met het bedrag dat voorheen specifiek voor die bovenverdieping werd gerekend (150 gulden).
- Terminologie: De frase "bijzondere tijdsomstandigheden" is een veelvoorkomend eufemisme in officiële documenten uit deze periode om te verwijzen naar de oorlog en de bezetting. De brief is geschreven in september 1941, ruim een jaar na het begin van de bezetting van Nederland. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat waren het kloppende hart van de voedselvoorziening in Amsterdam. Tijdens de oorlog werd dit terrein streng gecontroleerd.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde een cruciale rol in de distributie en prijsbeheersing van voedsel in een tijd van toenemende schaarste. Dat er over een relatief klein bedrag van 150 gulden op dit niveau wordt gecorrespondeerd, toont aan hoe gedetailleerd de bureaucratische controle op de marktactiviteiten was. N.V. Keizer en N.V. Nooy waren bekende namen in de Amsterdamse fruithandel; dergelijke bedrijven moesten laveren tussen de eisen van de bezetter, de schaarste en de hoop op een toekomstige hervatting van de normale wereldhandel.