Archief 745
Inventaris 745-362
Pagina 526
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijk memorandum / adviesbrief.

12 december 1941 (geregistreerd op 15 december 1941). Van: W.R.M. (waarschijnlijk een afkorting voor een gemeentelijke afdeling, mogelijk Marktwezen).

Origineel

Ambtelijk memorandum / adviesbrief. 12 december 1941 (geregistreerd op 15 december 1941). W.R.M. (waarschijnlijk een afkorting voor een gemeentelijke afdeling, mogelijk Marktwezen). Kwijtschelding
resp. restitutie
marktgeld C.M.
t.n.v. J. Brilleslijper.

A'dam, 12/12 1941
W. R. M. 66/26/2 17 [stempel: 15/12/41]

Hiermede heb ik de eer u te
berichten, dat de grossier J. Brilleslijper,
Nw. Uilenburgerstraat 82, die voor het kalender-
jaar 1941 een plaats bezet in de hal op de C.M.
ad. f 500,- per kalenderjaar, naar hij heeft
medegedeeld, op last van den Rijkscommissaris
m.i.v. 1 October 1941 zijn zaak heeft moeten
liquideeren. Hij verzoekt thans hem m.i.v.
dien datum kwijtschelding van het terzake
verschuldigde marktgeld te verleenen, omdat
hij na 1 October jl. zijne plaats niet meer
heeft bezet. Mijnerzijds bestaat hiertegen,
gelet op een desbetreffend besluit van den
Burgemeester dd. 14 November jl. no. 1049
L.M. 1941 t.a.v. van een desbetreffend verzoek
van S. Kloots, geen bezwaar.

Ik geef u mitsdien beleefd in over-
weging wel te willen bevorderen, dat bij
besluit van den Burgemeester, ingevolge het
bepaalde in artikel 10 van de Verordening
op de heffing van markt-, standplaats- en
schutgelden, op gronden van billijkheid
aan J. Brilleslijper voornoemd kwijt-
schelding van marktgeld wordt ver-
leend van 1/4 van f 500,- = f 125,-

D.D. Dit document is een ambtelijk voorstel tot kwijtschelding van marktgeld voor de heer J. Brilleslijper, een grossier gevestigd aan de Nieuwe Uilenburgerstraat 82 te Amsterdam. Brilleslijper huurde een standplaats in de hal van de Centrale Markt (C.M.) voor een jaarbedrag van 500 gulden.

De kern van de aanvraag is dat de ondernemer zijn zaak per 1 oktober 1941 moest liquideren. Hij verzoekt daarom om kwijtschelding van de kosten voor het laatste kwartaal (oktober t/m december), aangezien hij de plek niet meer gebruikte. De ambtenaar adviseert positief op basis van "billijkheid" en verwijst naar een vergelijkbaar besluit van de Burgemeester in de zaak van een zekere S. Kloots. Het voorstel behelst een restitutie of kwijtschelding van 125 gulden (een kwart van het jaarbedrag). Het document is direct verbonden met de Jodenvervolging tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De passage "op last van den Rijkscommissaris [...] zijn zaak heeft moeten liquideeren" is een eufemisme voor de gedwongen liquidatie van Joodse ondernemingen door de nazi-bezetter.

Jozef Brilleslijper (geboren in 1895) was een Joodse koopman. De Nieuwe Uilenburgerstraat lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Vanaf 1941 voerde de bezetter via de Wirtschaftsprüfstelle verordeningen in (zoals VO 189/40 en VO 48/41) om Joodse zaken te "ariseren" of te liquideren. Dit document toont de kille, bureaucratische afwikkeling van deze onteigening door het Amsterdamse gemeentebestuur, waarbij men zich strikt aan de verordeningen en tarieven hield terwijl de ondernemer zijn bestaansmiddelen verloor. Uit archiefstukken (o.a. Joods Monument) blijkt dat Jozef Brilleslijper de oorlog niet heeft overleefd; hij werd in 1943 in Sobibor vermoord.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk voorstel tot kwijtschelding van marktgeld voor de heer J. Brilleslijper, een grossier gevestigd aan de Nieuwe Uilenburgerstraat 82 te Amsterdam. Brilleslijper huurde een standplaats in de hal van de Centrale Markt (C.M.) voor een jaarbedrag van 500 gulden.

De kern van de aanvraag is dat de ondernemer zijn zaak per 1 oktober 1941 moest liquideren. Hij verzoekt daarom om kwijtschelding van de kosten voor het laatste kwartaal (oktober t/m december), aangezien hij de plek niet meer gebruikte. De ambtenaar adviseert positief op basis van "billijkheid" en verwijst naar een vergelijkbaar besluit van de Burgemeester in de zaak van een zekere S. Kloots. Het voorstel behelst een restitutie of kwijtschelding van 125 gulden (een kwart van het jaarbedrag).

Historische Context

Het document is direct verbonden met de Jodenvervolging tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De passage "op last van den Rijkscommissaris [...] zijn zaak heeft moeten liquideeren" is een eufemisme voor de gedwongen liquidatie van Joodse ondernemingen door de nazi-bezetter.

Jozef Brilleslijper (geboren in 1895) was een Joodse koopman. De Nieuwe Uilenburgerstraat lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Vanaf 1941 voerde de bezetter via de Wirtschaftsprüfstelle verordeningen in (zoals VO 189/40 en VO 48/41) om Joodse zaken te "ariseren" of te liquideren. Dit document toont de kille, bureaucratische afwikkeling van deze onteigening door het Amsterdamse gemeentebestuur, waarbij men zich strikt aan de verordeningen en tarieven hield terwijl de ondernemer zijn bestaansmiddelen verloor. Uit archiefstukken (o.a. Joods Monument) blijkt dat Jozef Brilleslijper de oorlog niet heeft overleefd; hij werd in 1943 in Sobibor vermoord.

Locaties

Amsterdam (A'dam).

Kooplieden in dit dossier 10

Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper
Bot, andere dan Noordzeebot *0.15* [hs]
Edelkarper (levend) *0.45* [hs]
Grossiers en personeel f 642.-
A. Geboorte f. 9.600.-
P.H. Passchier " 4.160.-
Snoek en barbeel *0.12* [hs]
Voorn en kolblei beneden 20 cm en serpeling
M. Sicma *0.20* [hs]

Gerelateerde Documenten 6