Archief 745
Inventaris 745-364
Pagina 22
Dossier 90
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtsbrief / Dienstbrief

19 april 1941 Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt Amsterdam)

Origineel

Ambtsbrief / Dienstbrief 19 april 1941 De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt Amsterdam) (Handgeschreven bovenaan:) extra

D/HG.

77/12/5 N.
1

19 April 1941.

Straf koopers K.W. Kreijt en
J. Dijkstal Centrale Markt.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 16 dezer door den controleur Felthuis van mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat K.W. Kreijt, Goudsbloemstraat 131 hs en J. Dijkstal, Van Limburg Stirumplein 26 II, die beiden als kooper toegang tot de Centrale Markt hebben, zich aldaar op 15 dezer hebben schuldig gemaakt respectievelijk aan diefstal en medeplichtigheid aan diefstal van 7 ledige kisten ten nadeele van den grossier Van Belle. Terzake van dit feit is tegen beide personen proces-verbaal opgemaakt, terwijl ik hen, ingevolge het bepaalde in artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, heb gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van 14 dagen, namelijk van 18 April tot en met 1 Mei 1941.

Kreijt heeft zich in Februari 1939 eveneens aan diefstal op de Centrale Markt schuldig gemaakt, waarvoor hij bij besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 3 Maart 1939 No. 48/3 L.M. 1939 is gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van zes maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Deze proeftijd is op 8 Maart jl. verstreken! Dijkstal heeft zich tevoren op de Centrale Markt nimmer aan een strafbaar feit schuldig gemaakt.

Ik ben van meening, dat beide personen voor het begaan van bovenvermeld feit voor langeren tijd van de Centrale Markt moeten worden uitgesloten en ik geef U mitsdien beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat K.W. Kreijt in aansluiting op mijn straf, overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van bovenaangehaald artikel van het Reglement op de Centrale Markt, door den Regeeringscommissaris voor Amsterdam wordt gestraft met ontneming van het recht van toegang tot de Centrale Markt voor den tijd van zes maanden, en J. Dijkstal voor den tijd van vier maanden, zulks met ingang van 2 Mei a.s.

De Directeur, In deze brief rapporteert de directeur van de Centrale Markt aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen over een diefstal die op 15 april 1941 heeft plaatsgevonden. Twee geregistreerde kopers, K.W. Kreijt en J. Dijkstal, zijn betrapt op het stelen van (of medeplichtigheid aan de diefstal van) zeven lege kisten van een grossier genaamd Van Belle.

De directeur heeft reeds een directe straf opgelegd van 14 dagen ontzegging van de toegang, maar adviseert de wethouder om een zwaardere straf voor te leggen aan de Regeringscommissaris. Dit baseert hij op het feit dat Kreijt een recidivist is (hij stal al eerder in 1939). Het voorstel is om Kreijt voor zes maanden en Dijkstal voor vier maanden de toegang tot de markt te ontzeggen. Het document dateert van april 1941, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De structuur van het Amsterdamse stadsbestuur was in deze periode aan grote veranderingen onderhevig.

De vermelding van de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" is hierbij cruciaal. Na de Februaristaking van 1941 ontsloeg de bezetter het Amsterdamse gemeentebestuur en de gemeenteraad. Edward Voûte werd benoemd tot regeringscommissaris (en later burgemeester) met verregaande bevoegdheden.

De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was een vitaal onderdeel van de voedselvoorziening. Diefstal in een tijd van toenemende schaarste en distributie werd hoog opgenomen. De brief illustreert hoe strikt de ordehandhaving op de markt was en hoe administratieve straffen (ontzegging van toegang) werden gebruikt naast strafrechtelijke vervolging (proces-verbaal) om de voedselketen te reguleren.

Samenvatting

In deze brief rapporteert de directeur van de Centrale Markt aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen over een diefstal die op 15 april 1941 heeft plaatsgevonden. Twee geregistreerde kopers, K.W. Kreijt en J. Dijkstal, zijn betrapt op het stelen van (of medeplichtigheid aan de diefstal van) zeven lege kisten van een grossier genaamd Van Belle.

De directeur heeft reeds een directe straf opgelegd van 14 dagen ontzegging van de toegang, maar adviseert de wethouder om een zwaardere straf voor te leggen aan de Regeringscommissaris. Dit baseert hij op het feit dat Kreijt een recidivist is (hij stal al eerder in 1939). Het voorstel is om Kreijt voor zes maanden en Dijkstal voor vier maanden de toegang tot de markt te ontzeggen.

Historische Context

Het document dateert van april 1941, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De structuur van het Amsterdamse stadsbestuur was in deze periode aan grote veranderingen onderhevig.

De vermelding van de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" is hierbij cruciaal. Na de Februaristaking van 1941 ontsloeg de bezetter het Amsterdamse gemeentebestuur en de gemeenteraad. Edward Voûte werd benoemd tot regeringscommissaris (en later burgemeester) met verregaande bevoegdheden.

De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was een vitaal onderdeel van de voedselvoorziening. Diefstal in een tijd van toenemende schaarste en distributie werd hoog opgenomen. De brief illustreert hoe strikt de ordehandhaving op de markt was en hoe administratieve straffen (ontzegging van toegang) werden gebruikt naast strafrechtelijke vervolging (proces-verbaal) om de voedselketen te reguleren.

Gerelateerde Documenten 6