Archiefdocument
Origineel
25 april 1941 (besluit), 15 mei 1941 (administratieve paraaf). No 77/12/9 M. 1041 9/5 [handgeschreven:] Markten
No. 53/6 L.M. 1941. Straf bezoekers Centrale Markt.
[handgeschreven paraaf] acc: [onleesbaar]
15/5-'41.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
den Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
Vrijdag, 25 April 1941.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
De Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen d.d. 19 April 1941, No. 77/12/5 M.;
Gelet op art. 35, 2e lid van het Reglement op de Centrale Markt;
B e s l u i t :
te bepalen:
a. dat K.W. Kreijt, Goudsbloemstraat 131 huis, met ingang van 2 Mei 1941 wegens diefstal op de Centrale Markt, zal worden gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van zes maanden, derhalve tot 2 November 1941;
b. dat J. Dijkstal, Van Limburg Stirumplein 26 II met ingang van 2 Mei 1941 wegens medeplichtigheid aan diefstal op de Centrale Markt, zal worden gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van vier maanden, met dien verstande, dat van deze straf aanvankelijk een gedeelte, nl. 3 maanden zal worden ten uitvoer gelegd, terwijl het overige gedeelte van die straf terstond in werking treedt, indien Dijkstal voornoemd, zich voor 2 Mei 1943, wederom aan eenig strafbaar feit op die markt zou schuldig maken.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeeling Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (5 stuks).
JB.
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN Dit document is een officieel uittreksel van een besluit van de Regeeringscommissaris van Amsterdam, gedateerd april 1941. Het betreft het opleggen van administratieve sancties aan twee burgers, K.W. Kreijt en J. Dijkstal, wegens respectievelijk diefstal en medeplichtigheid aan diefstal op de Centrale Markt.
De straf bestaat uit een ontzegging van de toegang tot de Centrale Markt. Kreijt krijgt een onvoorwaardelijke ontzegging van zes maanden. Voor Dijkstal is de straf vier maanden, waarvan drie maanden onvoorwaardelijk en één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar (tot mei 1943). Het besluit volgt op een rapport van de Directeur van het Marktwezen en een voorstel van de betreffende Wethouder. De nauwkeurige registratie en de juridische onderbouwing (verwijzend naar het Marktreglement) tonen de strikte controle op de voedseldistributie tijdens de bezetting. In april 1941 bevond Nederland zich bijna een jaar onder Duitse bezetting. Na de Februaristaking van 1941 grepen de bezetters harder in op het lokaal bestuur. De democratische gemeenteraad werd buitenspel gezet en vervangen door een 'Regeeringscommissaris' (in casu Edward Voûte), die met verregaande bevoegdheden regeerde.
De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) was de spil van de Amsterdamse voedselvoorziening. Vanwege de oorlogssituatie en de toenemende schaarste was voedsel op de bon en werd de handel streng gecontroleerd. Diefstal op de markt werd niet alleen als een crimineel feit gezien, maar ook als een ondermijning van de geordende distributie en de openbare orde. Dergelijke uitsluitingen waren zware sancties, omdat de markt voor velen de enige plek was voor hun handel of levensonderhoud. De administratieve precisie in dit document illustreert hoe de bezettingsbureaucratie elk aspect van het dagelijks leven reguleerde.