Typschrift (mogelijk een doorslag of officieel afschrift van een verzonden brief).
Origineel
Typschrift (mogelijk een doorslag of officieel afschrift van een verzonden brief). 20 mei 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt Amsterdam). [Handgeschreven in blauwe inkt:] later
[Rechtsboven:] HG.
den Heer H. Pelser,
Borgerstraat 43 II,
Amsterdam-West.
Wijk 12.
77/17/2 M. [links] 20 Mei 1941. [rechts]
Mij is gerapporteerd, dat U zich op 17 Mei jl. op de Centrale Markt hebt schuldig gemaakt aan diefstal van twee ledige kisten. Op grond van dit feit ontzeg ik U, ingevolge artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, den toegang tot die markt voor de periode van 21 Mei tot en met 3 Juni a.s., terwijl ik aan den heer Regeeringscommissaris voor Amsterdam de vraag ter beoordeeling heb voorgelegd, of U voor langeren termijn behoort te worden uitgesloten.
De Directeur, Dit document is een officiële ordemaatregel gericht aan de heer H. Pelser. De strekking is een tijdelijke ontzegging van de toegang tot de Centrale Markt in Amsterdam naar aanleiding van een vermeende diefstal van twee lege kisten op 17 mei 1941.
De sanctie is tweeledig:
1. Directe sanctie: Een marktverbod van twee weken (21 mei t/m 3 juni 1941), gebaseerd op het marktreglement.
2. Mogelijke vervolgstraf: De directeur heeft de zaak voorgelegd aan de Regeringscommissaris voor Amsterdam om te bepalen of een uitsluiting voor langere termijn noodzakelijk is.
De toon is formeel, juridisch en dwingend. Het gebruik van "jl." (jongstleden) en "a.s." (aanstaande) is typerend voor de zakelijke correspondentie uit die tijd. De brief is gedateerd op 20 mei 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was tijdens de oorlogsjaren van vitaal belang voor de voedselvoorziening van de stad. Orde en tucht op de markt werden streng gehandhaafd, zeker in een tijd van toenemende schaarste en distributie.
De vermelding van de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" is historisch saillant. In maart 1941, na de Februaristaking, ontsloeg de Duitse bezetter de Amsterdamse gemeenteraad en het college van B&W. In hun plaats werd Edward Voûte aangesteld als regeringscommissaris (en later burgemeester). Dat de directeur van de markt de kwestie aan hem voorlegt, duidt op de directe controle die het pro-Duitse bestuur had over zelfs relatief kleine vergrijpen op strategische locaties zoals de Centrale Markt. De diefstal van "twee ledige kisten" lijkt een klein vergrijp, maar werd in de context van de oorlogseconomie en de bezetting zeer hoog opgenomen. H. Pelser W. In