Officieel rapport / Proces-verbaal van diefstal.
Origineel
Officieel rapport / Proces-verbaal van diefstal. 19 mei 1941 (betreft incident op 17 mei 1941). № 77/17/1 M.1941 20/5 [stempel en handgeschreven toevoeging]
R A P P O R T
Op Zaterdag den 17 Mei 1941, omstreeks 8.20 uur v.m., bevond ik mij met toe-zicht belast op den hoofdweg van de Centrale Markt terhoogte van pier D, toen ik zag, dat H.Pelser, oud 19 jaar, wonende Borgerstraat 43 alhier en personeel bij kooper A.H.Veraart, zich op verdachte wijze ophield bij een handkar welke op de hierboven aangeduide plaats geparkeerd stond en welke handkar geladen was met kisten groenten benevens eenige ledige kisten. Op een gegeven moment zag ik, dat Pelser op de genoemde handkar toetrad daar twee ledige kisten vanaf nam waarmede hij zich begaf naar de aardappelenkant van de Centrale Markt, alwaar hij de besproken kisten inleverde bij den grossier Doornveld. Bij onderzoek is mij gebleken, dat de besproken kisten niet het eigendom waren van Pelser, noch van zijn baas, maar van kooper F.J.Kaan, die mij later desgevraagd verklaarde aan Pelser geen toestemming te hebben gegeven de kisten van zijn handkar weg te nemen of daar op andere wijze over te beschikken. Pelser verklaarde mij desgevraagd de bedoelde kisten te hebben weggenomen met de bedoeling deze in te leveren en het statiegeld hiervan voor zichzelf te behouden. Door mij zal ~~dat~~ tegen Pelser proces-verbaal worden opgemaakt terzake diefstal. Toegangskaart voor de Centrale Markt van Pelser gaat hierbij.
Den Heer Bedrijfschef Amsterdam 19 Mei 1941
v/h Marktwezen. Controleur,
[Handtekening] [Handtekening: J. Eltheim]
[Aantekeningen onderaan links:]
- [in rood:] pub
- [in rood:] 14 dagen + ontzeg
- [in blauw:] v.v. 6 maanden
- [in rood:] 77/17/2 M 20/5/41 [geparafeerd] Dit document is een feitelijk verslag van een kleine diefstal op de Amsterdamse Centrale Markt in het tweede jaar van de Duitse bezetting.
De kern van de zaak is de diefstal van twee lege kratten door de 19-jarige H. Pelser. Hij nam deze weg van de handkar van een andere koopman (F.J. Kaan) om ze vervolgens elders op de markt in te leveren voor het statiegeld. De controleur observeerde de handeling, confronteerde de dader en stelde vast dat er geen toestemming was van de eigenaar.
Interessant zijn de handgeschreven aantekeningen onderaan, die de disciplinaire afhandeling lijken weer te geven. De afkorting "ontzeg" staat waarschijnlijk voor de ontzegging van de toegang tot de markt. De notities suggereren een straf van 14 dagen ontzegging, mogelijk gevolgd door een voorwaardelijke ontzegging ("v.v." voor voorwaardelijk?) van 6 maanden. Dit onderstreept dat zelfs kleine vergrijpen op de markt streng werden gesanctioneerd. In mei 1941 was Nederland een jaar bezet door nazi-Duitsland. De Centrale Markt in Amsterdam was een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening van de stad. Vanwege de toenemende schaarste en de invoering van het distributiestelsel (bonkaarten) stond de markt onder streng toezicht.
Diefstal, zelfs van zoiets kleins als lege kisten voor statiegeld, werd in deze context hoog opgenomen. Het statiegeld was in die tijd een welkome aanvulling op een karig loon, maar het eigenhandig toe-eigenen van andermans emballage werd gezien als een verstoring van de orde op de markt. Voor een jonge arbeider als Pelser betekende het intrekken van zijn toegangskaart ("Toegangskaart... gaat hierbij") direct verlies van werk en inkomen.
Het document geeft een inkijkje in de dagelijkse discipline en de strikte handhaving op de werkvloer tijdens de oorlogsjaren, waarbij zelfs marginale vergrijpen nauwkeurig werden gedocumenteerd en bestraft. A.H. Veraart F.J. Kaan H. Pelser J. Eltheim Marktwezen