Archief 745
Inventaris 745-364
Pagina 45
Dossier 103
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.

12 mei 1941. Van: De Directeur van de Centrale Markt, Amsterdam (Wijk 1). Aan: Den Heer A. de Lange, Koestraat 13 I, Amsterdam-Centrum.

Origineel

Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen. 12 mei 1941. De Directeur van de Centrale Markt, Amsterdam (Wijk 1). Den Heer A. de Lange, Koestraat 13 I, Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven, rechtsboven:]
Verzonden 12/5
L. Proost [?]

[Getypt:]
HG.

den Heer A. de Lange,
Koestraat 13 I,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 1.

77/14/2 M. 12 Mei 1941..

In verband met het feit, dat U op 10 Mei jl. op de Cen-
trale Markt de orde in gevaar hebt gebracht, heb ik U, ingevolge
het bepaalde in artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale
Markt, den toegang tot die markt ontnomen voor den tijd van veer-
tien dagen, namelijk van 13 tot en met 26 Mei a.s., terwijl ik
aan den Regeeringscommissaris voor Amsterdam de vraag ter beoor-
deeling heb voorgelegd, of U voor langeren termijn behoort te wor-
den uitgesloten.

De Directeur,

[Handgeschreven annotaties onderaan:]
Dir
M.i. geen verder voorstel
aan Regeringscomm.
H.B.
14/5/41

Acc. door de Directie
GvB [?] In deze brief wordt de heer A. de Lange officieel op de hoogte gesteld van een toegangsverbod voor de Centrale Markt in Amsterdam. De reden die wordt opgegeven is dat hij op 10 mei 1941 de "orde in gevaar" zou hebben gebracht. Op basis van het marktreglement (artikel 35, lid 1) wordt hem de toegang ontzegd voor een periode van 14 dagen (van 13 t/m 26 mei 1941).

De brief vermeldt tevens dat de zaak is voorgelegd aan de Regeringscommissaris van Amsterdam om te bepalen of een langduriger verbod noodzakelijk is. Echter, uit de handgeschreven kanttekening van 14 mei 1941 (geparafeerd door 'H.B.' en geaccordeerd door de directie) blijkt dat er intern werd besloten om geen verder voorstel tot verlenging in te dienen bij de Regeringscommissaris. De straf bleef dus beperkt tot de oorspronkelijke twee weken. Dit document stamt uit de begindagen van het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland. De "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" waarnaar verwezen wordt, was Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld als waarnemend burgemeester na het ontslaan van de democratische gemeenteraad.

De locatie van de ontvanger (Koestraat, nabij de Jodenbreestraat) en de achternaam De Lange suggereren dat de betrokkene mogelijk van Joodse afkomst was, hoewel dit in de brief niet expliciet wordt benoemd. In deze periode nam de repressie tegen de Joodse bevolking in Amsterdam snel toe, zeker na de gebeurtenissen rond de Februaristaking van 1941. De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was een cruciale plek voor de voedselvoorziening; een toegangsverbod had directe gevolgen voor iemands levensonderhoud, zeker als de betrokkene daar als handelaar of transporteur werkzaam was.

Samenvatting

In deze brief wordt de heer A. de Lange officieel op de hoogte gesteld van een toegangsverbod voor de Centrale Markt in Amsterdam. De reden die wordt opgegeven is dat hij op 10 mei 1941 de "orde in gevaar" zou hebben gebracht. Op basis van het marktreglement (artikel 35, lid 1) wordt hem de toegang ontzegd voor een periode van 14 dagen (van 13 t/m 26 mei 1941).

De brief vermeldt tevens dat de zaak is voorgelegd aan de Regeringscommissaris van Amsterdam om te bepalen of een langduriger verbod noodzakelijk is. Echter, uit de handgeschreven kanttekening van 14 mei 1941 (geparafeerd door 'H.B.' en geaccordeerd door de directie) blijkt dat er intern werd besloten om geen verder voorstel tot verlenging in te dienen bij de Regeringscommissaris. De straf bleef dus beperkt tot de oorspronkelijke twee weken.

Historische Context

Dit document stamt uit de begindagen van het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland. De "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" waarnaar verwezen wordt, was Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld als waarnemend burgemeester na het ontslaan van de democratische gemeenteraad.

De locatie van de ontvanger (Koestraat, nabij de Jodenbreestraat) en de achternaam De Lange suggereren dat de betrokkene mogelijk van Joodse afkomst was, hoewel dit in de brief niet expliciet wordt benoemd. In deze periode nam de repressie tegen de Joodse bevolking in Amsterdam snel toe, zeker na de gebeurtenissen rond de Februaristaking van 1941. De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was een cruciale plek voor de voedselvoorziening; een toegangsverbod had directe gevolgen voor iemands levensonderhoud, zeker als de betrokkene daar als handelaar of transporteur werkzaam was.

Gerelateerde Documenten 6