Ambtelijk rapport van de Dienst Marktwezen.
Origineel
Ambtelijk rapport van de Dienst Marktwezen. 30 april 1941 (met latere aantekeningen tot 10 mei 1941). Nº 77/13/3 M. 1941 6/5
R A P P O R T
In aansluiting op het rapport van den Controleur Vis d.d. 25 April 1941 betreffende diefstal van aardappelen door Overkruier J.de Jonge,ten nadeele van Kooper M.de Bruijn,kan ik ,ondergeteekende controleur,thans nog het volgende melden.
De Jonge bevestigde mij desgevraagd,hetgeen door kooper deBruijn was verklaard en zooals dit door Vis was gemeld.Rekening houdende met mogelijkheid,dat de Jonge naar aanleiding van het geval,door Marktwezen van de toegang tot de Centrale Markt zou worden uitgesloten,wilde de Bruijn hiervan geen aangifte doen,hoewle hij dit aanvankelijk wel van plan was geweest.De toegangskaart van de Jonge benevens het rapport van Controleur Vis gaan hierbij.
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen
Amsterdam 30 April 1941
Controleur,
[getekend: F. Elthuis]
[Linksonder handgeschreven:]
Voorstel aanhouden
wil geen gebruik van
kaart meer maken
Vis 7/5-41
[Rechtsonder handgeschreven:]
[pijl] worde gemaakt door
Kaartenkantoor 10/5-'41 [onleesbare paraaf] * Inhoud: Het document betreft een aanvullend rapport over een diefstal van aardappelen. De dader is een 'overkruier' (een sjouwer die met een handkar goederen vervoert). Opvallend is dat het slachtoffer, koper De Bruijn, afziet van een officiële aangifte. Zijn beweegreden is dat hij niet wil dat de dader zijn toegang tot de Centrale Markt verliest, wat effectief een beroepsverbod zou betekenen.
* Taal en spelling: Het rapport is opgesteld in de toen geldende spelling (bijv. 'den Controleur', 'nadeele', 'kooper'). Er zit een typefout in de tekst ('hoewle' in plaats van 'hoewel').
* Administratief proces: De handgeschreven notities onderaan laten de afhandeling zien. Hoewel er geen aangifte wordt gedaan, wordt de toegangskaart van de dader wel ingenomen. De notitie 'Voorstel aanhouden' suggereert dat de zaak administratief wordt opgeschort of dat de kaart wordt vastgehouden omdat de betrokkene er geen gebruik meer van wil maken. Dit document stamt uit april/mei 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedselvoorziening voor de stad. In deze periode nam de schaarste aan basisbehoeften zoals aardappelen toe en werd de distributie streng gecontroleerd. Diefstal van voedsel werd in deze context zeer hoog opgenomen door de autoriteiten.
Het Marktwezen was een gemeentelijke dienst die de orde op de markten handhaafde. De rol van een 'overkruier' was essentieel voor het transport op het marktterrein, maar het was een kwetsbaar beroep: het intrekken van de toegangskaart betekende direct verlies van inkomen. De aarzeling van het slachtoffer om aangifte te doen uit medelijden met de dader, ondanks de diefstal, geeft een inkijkje in de sociale dynamiek op de werkvloer in oorlogstijd.