Extract uit het Boek der Besluiten (officieel besluitafschrift).
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten (officieel besluitafschrift). 30 mei 1941. [Linksboven in paars stempel:] Nº 77/17/6 M. 1941 12/6
[Rechtsboven handgeschreven:] Markthe
No. 53/7 L.M. 1941 [Rechts:] Straf bezoeker Centrale Markt.
[Linker marge handgeschreven:] Tellhuis(?) fr6 [Daaronder een geparafeerde krabbel in een cirkel]
[Rechter marge handgeschreven:] m.p. Ber / H. Broure
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
den Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
Vrijdag, 30 Mei 1941.
Op voorstel van den Wethouder voor het Onderwijs, voor den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak, bad- en zweminrichtingen, wordt het volgende besluit genomen:
De Regeeringscommissaris voor Amsterdam;
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen d.d. 26 Mei 1941, No. 77/17/3 M;
Gelet op art. 35, 2e lid van het Reglement op de Centrale Markt;
B e s l u i t :
te bepalen, dat H. Pelser, Borgerstraat 43 II alhier, wegens diefstal, met ingang van 4 Juni 1941 zal worden gestraft met ontneming van het recht van toegang tot de Centrale Markt voor den tijd van 6 maanden, derhalve tot 4 December 1941.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeeling Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak, bad- en zweminrichtingen. (5 stuks).
FB.
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
[Stempel/handtekening:] (get.) J. F. FRANKEN Het document betreft een administratieve strafmaatregel tegen een burger, H. Pelser, wonende aan de Borgerstraat in Amsterdam. Pelser wordt gestraft voor diefstal gepleegd op de Centrale Markt. De straf bestaat uit een ontzegging van de toegang tot dit terrein voor de duur van precies zes maanden.
Opvallend is de bureaucratische procedure: de beslissing wordt genomen door de Regeringscommissaris op voordracht van een wethouder (die tijdelijk een andere portefeuille waarneemt), gebaseerd op een rapport van de directeur van het Marktwezen. Dit duidt op een strakke handhaving van de orde op de markten, waarbij diefstal niet alleen strafrechtelijk maar ook bestuursrechtelijk (toegangsongzegging) werd aangepakt. Dit document stamt uit mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was het democratisch gekozen gemeentebestuur van Amsterdam al aan de kant geschoven. De burgemeester en wethouders waren vervangen door (of ondergeschikt gemaakt aan) een door de bezetter aangestelde 'Regeeringscommissaris' (op dat moment Edward Voûte).
De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was tijdens de oorlog van vitaal belang voor de voedselvoorziening van de stad. Vanwege de toenemende schaarste en de invoering van de distributie (bonnenstelsel) was de controle op de markt zeer streng. Diefstal van levensmiddelen werd in deze context gezien als een ernstig vergrijp tegen de openbare orde en de gecontroleerde voedselketen. Een ontzegging van de toegang voor zes maanden was voor de betrokkene een zware sanctie, zeker als diegene voor zijn levensonderhoud of handel afhankelijk was van de markt.