Officiële kennisgeving/besluit van het gemeentebestuur van Amsterdam.
Origineel
Officiële kennisgeving/besluit van het gemeentebestuur van Amsterdam. 31 mei 1941. De Regeringscommissaris voor Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). [Stempel in paars]: $N^o 77/17/5 M. 1941 4/6$ [Handgeschreven]: Markth.
[Handgeschreven initialen/krabbel]
L.M. [Handgeschreven]: 31 Mei 1941.
53/7 -1941-
9/6 ’41
[Handtekening/paraf]
mi. str.
[Paraf] M Braxe
Ik deel U mede te hebben besloten, U wegens diefstal met ingang van 4 Juni 1941 den toegang tot de Centrale Markt te ontnemen voor den tijd van 6 maanden, derhalve tot 4 December 1941.
vM
De Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
(get.) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
den heer H. Pelser,
Borgerstraat 43 II,
A_L_H_I_E_R(W). Het document is een formeel besluit waarin de heer H. Pelser voor een periode van zes maanden (van 4 juni tot 4 december 1941) de toegang tot de Centrale Markt in Amsterdam wordt ontzegd. De reden voor deze sanctie is diefstal.
De brief is ondertekend (in kopie-vorm, aangeduid met "get.") door Edward Voûte, de toenmalige regeringscommissaris van Amsterdam, en gemeentesecretaris J.F. Franken. De handgeschreven aantekeningen en parafen in de linkerbovenhoek en rechterbovenhoek duiden op administratieve verwerking binnen de gemeentelijke diensten (mogelijk de Marktwezen-afdeling, zie "Markth."). De aanduiding "A_L_H_I_E_R(W)" bij het adres verwijst naar Amsterdam-West, waar de Borgerstraat gelegen is. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De functietitel "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" is veelzeggend: na de Februaristaking van 1941 werd het Amsterdamse gemeentebestuur door de bezetter ontbonden en vervangen door een regeringscommissaris. Edward Voûte werd op 4 maart 1941 in deze hoedanigheid aangesteld, wat hem feitelijk de bevoegdheden van zowel de burgemeester als de wethouders en de gemeenteraad gaf.
De Centrale Markt (gelegen aan de Jan van Galenstraat) was tijdens de oorlog van cruciaal belang voor de voedselvoorziening en distributie in de stad. Vanwege de toenemende schaarste werd er streng gecontroleerd op diefstal en zwarte handel. Een toegangsverbod van zes maanden was een zware maatregel die de betrokken persoon direct afsneed van een belangrijke bron van handel of levensonderhoud. E.J. Vo H. Pelser J.F. Franken Marktwezen