Archief 745
Inventaris 745-364
Pagina 82
Dossier 100
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven brief (smeekbede).

13 september 1941. Dossier: 77

Origineel

Handgeschreven brief (smeekbede). 13 september 1941. Nº 77 / 20 / 7 M. 1941 14/10
A, dam 13/9 41 Du

Geachte Mijnheer bij deze
richt ik mij tot u met een
vriendelijk verzoek of u
het niet ongedaan kan
maken van mijn man
daar mijn man 4 maanden
straf heeft gekregen u
weet wel voor die kisten
zou u nu niet gedaan
kunnen krijgen dat mijn
man boete moet betalen.
U weet wel dat ik toen
bij u geweest ben helpt u
mij alsjeblieft hij doet
het voor mij daar ik
een ziekte heb voor mijn
leven lang en ik zelf geen
dagwerk mag doen.
Ik heb al zooveel verdriet De brief bevat een emotioneel verzoek van een vrouw aan een autoriteit (mogelijk een jurist of ambtenaar) om de opgelegde gevangenisstraf van haar echtgenoot te herzien. De man is veroordeeld tot vier maanden celstraf vanwege een incident met "kisten", wat in de oorlogscontext vaak duidde op diefstal van goederen of distributiefraude.

De schrijfster vraagt om de straf om te zetten in een geldboete. Haar argumentatie is gebaseerd op persoonlijke nood: zij lijdt aan een chronische ziekte ("voor mijn leven lang") waardoor zij niet kan werken ("geen dagwerk mag doen"). Hierdoor is zij voor haar zorg en levensonderhoud volledig afhankelijk van de aanwezigheid van haar man ("hij doet het voor mij"). De schrijfstijl is sober en direct, met een gebrek aan interpunctie dat wijst op een brief geschreven vanuit een staat van wanhoop. Het document is gedateerd in september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de schaarste toe en werden de straffen voor economische vergrijpen strenger. De administratieve stempels en codes aan de bovenzijde suggereren dat de brief onderdeel is geworden van een officieel juridisch dossier, bijvoorbeeld bij een parket of een strafgevangenis. Dergelijke smeekbedes geven een indringend beeld van de sociale impact van detentie op gezinnen die al in een kwetsbare positie verkeerden tijdens de oorlogsjaren.

Samenvatting

De brief bevat een emotioneel verzoek van een vrouw aan een autoriteit (mogelijk een jurist of ambtenaar) om de opgelegde gevangenisstraf van haar echtgenoot te herzien. De man is veroordeeld tot vier maanden celstraf vanwege een incident met "kisten", wat in de oorlogscontext vaak duidde op diefstal van goederen of distributiefraude.

De schrijfster vraagt om de straf om te zetten in een geldboete. Haar argumentatie is gebaseerd op persoonlijke nood: zij lijdt aan een chronische ziekte ("voor mijn leven lang") waardoor zij niet kan werken ("geen dagwerk mag doen"). Hierdoor is zij voor haar zorg en levensonderhoud volledig afhankelijk van de aanwezigheid van haar man ("hij doet het voor mij"). De schrijfstijl is sober en direct, met een gebrek aan interpunctie dat wijst op een brief geschreven vanuit een staat van wanhoop.

Historische Context

Het document is gedateerd in september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de schaarste toe en werden de straffen voor economische vergrijpen strenger. De administratieve stempels en codes aan de bovenzijde suggereren dat de brief onderdeel is geworden van een officieel juridisch dossier, bijvoorbeeld bij een parket of een strafgevangenis. Dergelijke smeekbedes geven een indringend beeld van de sociale impact van detentie op gezinnen die al in een kwetsbare positie verkeerden tijdens de oorlogsjaren.

Locaties

Amsterdam (A'dam).

Producten

Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6