Ambtsbericht / Rapport van een controleur.
Origineel
Ambtsbericht / Rapport van een controleur. 11 juni 1941. [Getypte tekst]
No 77/21/1 [handgeschreven: 1.1941 20/6]
R A P P O R T
Ik, ondergeteekende, controleur D.Schiermeier, rapporteert U het navolgende.
Heden morgen omstreeks 7.30 uur, werd mij door J.Cop, die als boekhou-der werkzaam is bij den grossier C.de Jong, huurder van pakhuis Hal 20, medegedeeld, dat H.Sernée, oud 18 jaar, knecht bij keeper C.J.vermaas en wonende Ortheliusstraat 354 alhier, bij hem een statiegeldbon ter waarde van F 10.30 ter uitbetaling had aangeboden. Cop verklaarde echter tijdig te hebben bemerkt, dat deze bon niet door iemand van het personeel was uitgeschreven, reden waarom hij den bon wel heeft aangenomen, doch niet aan Sernée heeft uitbetaald. Dat deze bon niet door iemand van het personeel was uitgeschreven, bleek Cop uit het feit, dat het guldens bedrag met cijfers was aangegeven, terwijl dit bij hen alleen in letters wordt vermeld. Cop overhandigde mij, rapporteur de besproken bon welke zooals mij bleek was uitgeschreven op naam van keeper Vermaas. Naar aanleiding van het vorenstaande hoorde ik rapporteur bedoelde Sernée, die mij desgevraagd het volgende verklaarde: "Op Dinsdag 10 Juni 1941 heb ik op het terrein van de Centrale Markt een bankbiljet van F 10.- verloren. Dit biljet behoorde aan mijn baas en moest ik aan hem vergoeden. Teneinde dit tekort te kunnen dekken heb ik zonder dat iemand anders daar iets van wist, zelf een statiegeld bon uitgeschreven ter waarde van F 10.30 en deze aan de boekhouder van den grossier C.de Jong ter uitbetaling aangeboden Deze bemerkte blijkbaar terstond dat de bon niet goed was en heeft mij geen bedrag uitbetaald, terwijl hij wel den bon heeft behouden. Den bon welke U mij vertoont (ik, rapporteur vertoon aan Sernée den bon welke mij door Cop is ter hand gesteld) herken ik als dezelfden welke ik heb uitgeschreven. Het is thans de eerste maal dat ik mij aan een dergelijk feit schuldig maak."
Bij onderzoek in de administratie van Marktwezen is mij gebleken, dat Sernée zich voordien op de Centrale Markt nimmer aan eenig strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Grossier C.de Jong die ik van dit geval in kennis heb gesteld, wenschte, mede op verzoek van den vader van Sernée hiervan geen aangifte te doen. Toegangskaart van de Centrale Markt van Sernée gaat hierbij, benevens de besproken statiegeldbon.
Amsterdam 11 Juni 1941
Controleur,
[Handtekening: D. Schiermeier]
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen.
[Handgeschreven aantekeningen linksonder]
Stel U voor Sernée bij
reg. comm. voor def uitsluiting
Voor te stellen 20/6 '41
[Paraaf]
[Handgeschreven aantekeningen rechtsonder]
77/21/2 [?]
14 dagen uitsluiten [onleesbaar woord: uitgaande?] 20/6-41
wegens poging tot diefstal?
20/6 '41 [Paraaf]
Voorstel af Reg. Comm.
half jaar
[Paraaf] Dit rapport documenteert een kleinschalige fraude op de werkvloer met potentieel grote gevolgen voor de dader. De 18-jarige H. Sernée probeert een verlies van 10 gulden (geld van zijn baas) te compenseren door een vals statiegeldbonnetje van f 10,30 te verzilveren. Hij wordt direct betrapt omdat hij het bedrag in cijfers invult, terwijl de administratieve routine van de grossier voorschrijft dat dit in letters moet.
Opvallend is de menselijke kant van het verhaal: de grossier (het slachtoffer van de poging) wil na overleg met de vader van de jongen geen aangifte doen bij de politie. Desondanks is de interne tuchtraad van het Marktwezen onverbiddelijk. Hoewel de controleur opmerkt dat de jongen een blanco strafblad heeft, tonen de kanttekeningen een escalatie in de strafmaat. Waar aanvankelijk wordt gesproken over "14 dagen uitsluiten", eindigt de besluitvorming met een voorstel van de Reglementscommissie voor een uitsluiting van een "half jaar". Dit zou in de praktijk betekenen dat de jongen zes maanden lang zijn werk op de markt niet zou kunnen uitvoeren. Het document dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam (nu het Food Center Amsterdam) was een vitaal logistiek knooppunt voor de voedselvoorziening. Orde en discipline waren op dergelijke strategische plekken streng, zeker onder het toeziend oog van de bezetter.
Een bedrag van f 10,30 was in 1941 aanzienlijk; ter vergelijking: een gemiddeld weekloon voor een ongeschoolde arbeider lag destijds rond de 20 tot 25 gulden. De poging van Sernée was dus een vergrijp dat ongeveer een half weekloon betrof. De strenge voorgestelde straf van een half jaar uitsluiting weerspiegelt de harde hand waarmee de marktorganisatie de integriteit van de handel wilde handhaven in een tijd van schaarste en distributie.