Ambtelijke correspondentie (brief).
Origineel
Ambtelijke correspondentie (brief). 17 juli 1941. De Directeur (van de Centrale Markt, Amsterdam). [Handgeschreven rechtsboven:] in Brouw [?]
[Midden boven:] HG.
[Handgeschreven midden boven:] verzonden 17/7
[Links boven:]
77/32/3 M.
1
[Rechts boven:] 17 Juli 1941.
[Links:]
Straf personeel van
kooper Centrale Markt.
[Rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Inhoud:]
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te
doen toekomen van een op 12 Juli jl. door den contrôleur
Groot van mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat
C.Heijst, Waddenweg 39 hs, wien als personeel van den kooper
A.v.Mourik, toegang tot de Centrale Markt is verleend, zich
op de Centrale Markt heeft schuldig gemaakt aan diefstal van
drie ledige kisten ten nadeele van den grossier G.van Smeer-
dijk.
Laatstgenoemde wenscht van dezen diefstal geen aan-
gifte bij de Politie te doen; overeenkomstig het bepaalde in
artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt heb
ik Heijst voornoemd gestraft met ontneming van het recht van
toegang tot die markt voor den tijd van 14 dagen, namelijk
van 16 tot en met 29 Juli a.s.
Ik geef U beleefd in overweging wel te willen be-
vorderen, dat Heijst voornoemd, overeenkomstig het bepaalde
in het tweede lid van bovenaangehaald artikel, door den Re-
geeringscommissaris voor Amsterdam wordt gestraft met ontne-
ming van het recht van toegang tot de Centrale Markt voor den
tijd van zes maanden, zulks met ingang van 30 Juli a.s. Voor
de goede orde voeg ik hieraan nog toe, dat Heijst zich te-
voren niet aan een strafbaar feit op de Centrale Markt heeft
schuldig gemaakt.
[Rechts onder:]
De Directeur, Dit document betreft een interne tuchtrechtelijke maatregel op de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een medewerker van een inkoper, C. Heijst (wonende aan de Waddenweg in Amsterdam-Noord), is betrapt op de diefstal van drie lege kisten van een grossier.
Hoewel de bestolene (G. van Smeerdijk) geen aangifte bij de politie wilde doen, trad de marktmeester/directeur streng op via de eigen marktreglementen. De directeur heeft de man direct een toegangsverbod van 14 dagen opgelegd, maar adviseert de Wethouder voor Levensmiddelen om dit door de Regeringscommissaris te laten verlengen naar zes maanden. Dit duidt op een streng handhavingsbeleid op de markt, waar logistieke middelen zoals kisten cruciaal waren voor de voedselvoorziening. Het document dateert van juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening en de distributie daarvan stonden onder strikt toezicht. De Centrale Markt in Amsterdam (nu het Food Center Amsterdam) was het hart van deze distributie.
De vermelding van de "Regeringscommissaris voor Amsterdam" is historisch relevant. Tijdens de bezetting werden democratische organen zoals de gemeenteraad buitenspel gezet en kreeg de burgemeester (of een regeringscommissaris, zoals de pro-Duitse Edward Voûte die in 1941 werd aangesteld) verregaande bevoegdheden. Diefstal in de voedselketen werd in deze periode, ook al ging het om lege kisten, zeer serieus genomen omdat het de efficiëntie van de schaarse middelen ondermijnde. De formele, bijna bureaucratische toon van de brief is kenmerkend voor het toenmalige ambtenarenapparaat dat onder de nieuwe bezettingsorde bleef functioneren. C. Heijst G. van Smeerdijk Politie