Officieel afschrift van een besluit van de burgemeester.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van de burgemeester. 16 september 1941. De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte), getekend door de Gemeentesecretaris (G.L. Spruijt). № 77/33/7 M. 1941 17/9
Afschrift.
Markten [handgeschreven]
GEMEENTE AMSTERDAM.
Afd. L.M.
No. 53/12.1941
Amsterdam, 16 September 1941.
Naar aanleiding van Uw schrijven van 24 Augustus 1941 deel ik U mede, geen termen te vinden, de U opgelegde straf,-,n.l. ontneming van het recht van toegang tot de Centrale Markt, voor den tijd van vier maanden-, te verminderen, aangezien het hier een ergerlijk misdrijf geldt, waaraan U zich hebt schuldig gemaakt.
Ho.
De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get.) G. L. Spruijt
Voor eensluidend afschrift,
de Gemeentesecretaris,
[Rode stempel handtekening: Spruijt]
Aan
den heer S.Roodveld
p/a H.Walvis
N.Uilenburgerstraat 42 II
AMSTERDAM.C.
K.S. [handgeschreven initialen] * Inhoud: Het document is een formele afwijzing van een gratieverzoek of bezwaarschrift. De heer Roodveld had verzocht om een vermindering van zijn straf: een ontzegging van de toegang tot de Centrale Markthallen voor vier maanden. De burgemeester weigert dit omdat hij het gepleegde feit aanmerkt als een "ergerlijk misdrijf".
* Toon: De toon is ambtelijk, streng en onverbiddelijk. Er wordt geen enkele ruimte gelaten voor clementie.
* Functionarissen: Het document is ondertekend namens Edward Voûte, die in 1941 door de Duitse bezetter was aangesteld als burgemeester van Amsterdam. De feitelijke afhandeling gebeurde door de gemeentesecretaris, G.L. Spruijt. * Oorlogstijd en Bezetting: De brief dateert van september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden de regels omtrent handel en voedseldistributie extreem aangescherpt. De Centrale Markt was een cruciaal knooppunt in de voedselvoorziening; een ban van vier maanden betekende voor een handelaar waarschijnlijk een volledige inkomstenderving en grote economische nood.
* Joodse Context: De geadresseerde, de heer S. Roodveld, woonde in de Nieuwe Uilenburgerstraat. Dit was het hart van de oude Joodse buurt in Amsterdam. De naam Roodveld is bovendien een veelvoorkomende Joodse achternaam. In 1941 werden Joodse Amsterdammers systematisch uitgesloten van het openbare leven en werden zij extra streng gecontroleerd.
* Economische Delicten: Wat de burgemeester een "ergerlijk misdrijf" noemt, kon in deze context zoiets kleins zijn als het overtreden van een prijsvoorschrift of een administratieve fout bij de handel in schaarse goederen. Voor Joodse handelaren werden dergelijke overtredingen vaak disproportioneel zwaar gestraft als onderdeel van de bredere vervolgingspolitiek van de bezetter en diens meewerkende ambtenaren.