Proces-verbaal (Politierapport)
Origineel
Proces-verbaal (Politierapport) 30 juli 1941 [Linkerbovenhoek]
Gezien [Handtekening/Stempel]
PRO JUSTITIA
Marktwezen No. 77/24/4/17
POLITIE TE AMSTERDAM.
2e Sectie, 2e Afdeeling.
No.
Proces-verbaal contra HERMANUS CORNELIS WELLERDIECK, oud 31 jaar, koopman, wonende Boreprysstraat no.11 te Amsterdam-Noord, verdacht van diefstal van drie manden en twee kisten, gepleegd op Woensdag 30 Juli 1941 op de Centrale Markt te Amsterdam, ten nadeele van GERRIT PAARLBERG, oud 40 jaar, grossier in groenten en wonende Jasper Leynsenstraat 20 III te Amsterdam-West.
[Rechterbovenhoek]
Hoofdkantoor
PROCES-VERBAAL.
Wij, ondergetekenden, JAN H. KAMP en BAREND FRANHUIS, ambtenaren bij het Marktwezen te Amsterdam, tevens onbezoldigde veldwachters dezer Gemeente, dienstdoende op de Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat, alhier, verklaren het navolgende:
Op Woensdag 30 Juli 1941 des voormiddags omstreeks 9.45 uur, bevonden wij ons op de Centrale Markt in de urinoir, welke staat langs het grasveld, gelegen aan de voorzijde van het hoofdgebouw van de Centrale Markt, toen wij zagen, dat zich aan de voorzijde van het hoofdgebouw, ter hoogte van nis 2 en 3, een ons van aanzien bekend persoon, die ons later desgevraagd opgaf te zijn genaamd: HERMANUS CORNELIS WELLERDIECK, geboren te Amsterdam, 25 April 1910, koopman en wonende Boreprysstraat 11 te Amsterdam-Noord, aldaar op verdachte wijze ophield, hetgeen wij afleidden uit het feit, dat hij aldaar eenige malen heen en weer liep en daarbij min of meer schichtig om zich heen keek, terwijl hij blijkbaar zijn aandacht nog richtte op een partij ledige emballage, welke aan de voorzijde van het hoofdgebouw tegen nis 3 oplag. Vanaf de plaats waar wij, verbalisanten, ons bevonden, zagen wij, dat Wellerdieck op een gegeven moment op de besproken party emballage toetrad en van hiervan twee kisten en drie manden wegnam, welke hij op een handkar, die op eenige afstand geparkeerd stond, deponeerde. Nadat hij dit had gedaan, ging hij op eenige afstand van de besproken handkar staan, alwaar hij weer om zich heen bleef staan kijken. Na dit ongeveer 5 minuten te hebben gedaan begaf hij zich weer naar de handkar, nam daar nu de 3 manden en de 2 kisten af en begaf zich daarmede naar pier C van de Centrale Markt, waarheen wij hem, zonder dat hij daar blijkbaar erg in had, volgden. Wij zagen toen, dat Wellerdieck de 3 manden en 2 kisten wilde inleveren bij den ons bekenden BAREND VAN DIJK, die op pier C een kistencentrale heeft en aldaar van de Kooplieden tegen eenige vergoeding gangbaar ledig fust in ontvangst neemt. Juist toen Wellerdieck dit wilde doen hielden wij hem staande en vroegen hem naar de herkomst van de emballage. Hij verklaarde toen, dat hij de 3 manden en de 2 kisten des morgens van huis had medegenomen en deze zoo juist van zijn handkar had afgenomen, welke in het hoofdgebouw zou staan. Voorts dat hij deze eenige dagen geleden met handel had ontvangen van grossiers, waar hij wel meer kocht, doch dat deze thans niet meer op de Centrale Markt waren, reden waarom hij, Wellerdieck, zich naar de kistencentrale van BAREND VAN DIJK had begeven om de emballage bij dezen in te leveren. Daar deze verklaring in strijd was met hetgeen wij, verbalisanten, hadden gezien, hebben wij Wellerdieck aangehouden en overgebracht naar nis 3, alwaar hij later door ons voorloopig is gehoord, terwijl wij de emballage bestaande uit 3 manden gemerkt "BAO" en 2 kisten, afkomstig van de groentenveiling te Delft in beslag hebben genomen. In verband met vorenstaande hoorden wij den ons bekenden GERRIT PAARLBERG, oud 40 jaar, grossier in groenten, gevestigd Centrale Markt in nis 3 en wonende Jasper Leynsenstraat 20 III te Amsterdam-West, die ons, nadat wij hem van het geval in kennis hadden gesteld, als volgt verklaarde:
"Ik heb voor de uitoefening van mijn bedrijf van het Marktwezen nis 3 van de Centrale Markt in huur. De ledige emballage, welke aan de voorzijde van het hoofdgebouw ligt tegen nis 3 heb ik vanmorgen van de verschillende kooplieden in ontvangst genomen en hun daarvoor, al naar gelang de waarde, het bedrag aan statiegeld uitbetaald. De 3 manden en de 2 kisten, welke U mij vertoont (wij, verbalisanten, vertoonden aan Paarlberg de door ons in beslag genomen manden en kisten) herken ik als soortgelijk aan die, welke ik vanmorgen heb ontvangen. Aan den persoon, die U mij vertoont (wij, verbalisanten, vertoonen aan Paarlberg verdachte Wellerdieck) heb ik geen toestemming gegeven om de 3 manden en 2 kisten weg te nemen, noch daar op andere wijze over te beschikken. Zou dat niet door U zijn opgemerkt, dan was ik hierdoor benadeeld voor een bedrag van f 4,80. Hierna hoorden wij Wellerdieck, die op zijn aanvankelijk afgelegde verklaring terug kwam en ons thans als... * Misdrijf: Diefstal van emballage (fust). Het betreft drie manden en twee kisten.
* Modus Operandi: De verdachte observeerde de goederen bij nis 3 van de Centrale Markt, wachtte een onbewaakt moment af terwijl hij "schichtig" om zich heen keek, plaatste de goederen op een handkar en probeerde deze vervolgens tegen betaling (statiegeld/vergoeding) in te leveren bij een kistencentrale op hetzelfde terrein.
* Bewijsvoering: De verbalisanten (Kamp en Franhuis) hebben de diefstal vanuit een urinoir gadegeslagen. De rechtmatige eigenaar (Paarlberg) bevestigt dat de goederen van hem zijn en dat er geen toestemming was voor het meenemen ervan. De waarde van de gestolen goederen werd getaxeerd op 4,80 gulden.
* Opmerkelijk: De verdachte gaf aanvankelijk een valse verklaring over de herkomst van de manden, maar de verbalisanten zagen hem de feitelijke handeling verrichten. Dit document stamt uit juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De locatie, de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, was het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad.
Tijdens de oorlogsjaren ontstond er een toenemende schaarste aan allerlei materialen, waaronder verpakkingsmaterialen zoals houten kisten en gevlochten manden. Dit leidde ertoe dat ook "kleine" diefstallen van emballage serieus werden vervolgd, aangezien het statiegeld (f 4,80 was destijds een substantieel bedrag, vergelijkbaar met ongeveer 35-40 euro nu) een drijfveer vormde voor diefstal. Het gebruik van de term "Pro Justitia" en de gedetailleerde verslaglegging door ambtenaren van het Marktwezen (die tevens als onbezoldigd veldwachter fungeerden) onderstreept de strenge controle op de marktorde in deze periode. H. Kamp Marktwezen Politie