Getypte brief (doorslag op grijs papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag op grijs papier). 2 augustus 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt Amsterdam). Den Heer J.N. Dekker, 1e Leliedwarsstraat 10 II, Amsterdam-Centrum. extra
den Heer J.N.Dekker,
1e Leliedwarsstraat 10 II,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 7.
77/35/2 M 2 Augustus 1941.
Mij is gerapporteerd, dat U zich op Dinsdag 29 Juli 1941 op de Centrale Markt heeft schuldig gemaakt aan diefstal van eenige struiken andyvie.
In verband met dit feit bericht ik U, dat ik U, op grond van het bepaalde in artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt heb gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van veertien dagen, namelijk van Dinsdag 5 tot en met Maandag 18 Augustus 1941, terwijl aan den heer Regeeringscommissaris voor Amsterdam de vraag zal worden voorgelegd, of U voor langeren tijd behoort te worden uitgesloten.
De Directeur, In deze brief wordt de heer J.N. Dekker op de hoogte gesteld van een disciplinaire maatregel. Hem wordt ten laste gelegd dat hij op 29 juli 1941 "enige struiken andijvie" heeft gestolen op de Centrale Markt in Amsterdam. Op basis van het marktreglement wordt hij voor veertien dagen de toegang tot de markt ontzegd. De directeur van de markt kondigt tevens aan dat de zaak wordt voorgelegd aan de Regeringscommissaris om te bepalen of een langdurige uitsluiting noodzakelijk is. De datum van het document, 2 augustus 1941, plaatst de gebeurtenis midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende voedselschaarste en distributiebonnen. De Centrale Markt in Amsterdam (nu het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was een vitaal knooppunt voor de voedselvoorziening van de stad. Diefstal van levensmiddelen, hoe klein de hoeveelheid ook (enkele struiken andijvie), werd in deze crisistijd zeer hoog opgenomen.
De vermelding van de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" is historisch significant. In 1941 hadden de Duitse bezetters het lokale bestuur omgevormd; de democratisch gekozen gemeenteraad was ontbonden en de burgemeester (destijds Edward Voûte) fungeerde als regeringscommissaris onder toezicht van de bezetter. Het feit dat een relatief klein vergrijp naar dit niveau kon worden geëscaleerd, onderstreept de strenge controle op de voedselketen tijdens de oorlogsjaren. J.N. Dekker