Typoscript (doorslag of archiefkopie) van een ambtelijke brief.
Origineel
Typoscript (doorslag of archiefkopie) van een ambtelijke brief. 4 september 1941. De Directeur (dienst onbekend, mogelijk sociale zaken of distributie). [Linksboven, handgeschreven in blauw potlood:]
Verzonden 5/9 - '41
[Rechtsboven, getypt:]
vG/HG.
[Midden boven, adressering:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Onder de adressering:]
77/39/10 M. 1 4 September 1941.
[Inhoud:]
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 30 Augustus
jl. om advies ontvangen stuk No.53/17 L.M. 1941 heb ik de eer U te
berichten, dat een soortgelijk verzoek van den broer van adressant
reeds werd behandeld in mijn rapport d.d. 30 Augustus jl. (No.
77/39/8 M.), naar welk rapport ik thans moge verwijzen.
[Onderaan rechts:]
De Directeur, De kern van deze korte administratieve correspondentie is efficiëntie binnen de bureaucratie. De Directeur rapporteert aan de Wethouder voor de Levensmiddelen dat een binnengekomen adviesaanvraag (stuk No. 53/17 L.M. 1941) niet apart behandeld hoeft te worden. De reden hiervoor is dat er reeds een rapport ligt over een nagenoeg identieke aanvraag van de broer van de betreffende verzoeker, gedateerd op 30 augustus 1941.
De brief is formeel van toon ("heb ik de eer U te berichten") en maakt gebruik van de destijds gebruikelijke ambtelijke spelling (bijv. "den Heer", "adressant"). De afkorting "jl." staat voor 'jongstleden'. Het document dateert uit september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een cruciale functie, aangezien de schaarste toenam en het distributiestelsel (de bonnenkaarten) steeds complexer werd.
Hoewel de specifieke aard van het "verzoek" niet in deze brief staat, ging het bij de Wethouder voor de Levensmiddelen vaak over aanvragen voor extra toewijzingen, vergunningen voor handel of klachten over de voedselvoorziening. Het feit dat de Directeur verwijst naar een rapport over een broer, suggereert dat families collectief probeerden hun positie te verbeteren of dat de administratie scherp toezag op gezinsverbanden om misbruik van regelingen te voorkomen.